Berichten

Deltaplan Duurzaamheid 2: plan en visie

Deltaplan Duurzaamheid 2: Plan en Visie

Inleiding algemeen

Er wordt veel gesproken over duurzaamheid in Nederland, maar te weinig gedaan. Groen Rechts vindt dat de omslag naar een duurzame samenleving veel krachtiger en sneller en met meer draagvlak moet worden opgepakt. Het Klimaatakkoord is helaas iets van de Polder gebleven, en blijft nu een eigen agenda gehad te hebben (bijv. geen kernenergie) en de lasten worden verdeeld over iedereen behalve de grote bedrijven. Daarnaast is er geen enkele poging gedaan om er burgers bij te betrekken.

Onze definitie van Duurzaamheid gaat uit van het evenwicht tussen de belangen van mensen, dieren en natuur & milieu. En dan op de korte en de lange termijn, en hier en in de landen waar onze grondstoffen en producten vandaan komen.

Deltaplan duurzaamheid

In ons Deltaplan beschrijven we de spelregels en maatregelen die nodig zijn om in Nederland op de korte en lange termijn een evenwicht te krijgen en onderhouden tussen de belangen van mensen, dieren en milieu. Het gaat om een programma waarin echt wordt samen gewerkt door burgers, bedrijven en organisaties en de overheid.

En dat Deltaplan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven weten hoe zij de overgang naar een duurzaam bedrijf kunnen maken.

Draagvlak

Om dit te laten lukken is het misschien wel het allerbelangrijkst dat we met elkaar een goede samenwerking moeten zien te vinden van alle betrokken partijen, met een goede mix van centrale regie en lokale belangen, en toch vaart te maken!

Inhoud van ons Deltaplan

Ons Deltaplan Duurzaamheid bevat de volgende onderdelen

Inleiding Hoofdstuk 2: Plan en visie

In dit hoofdstuk gaat het om een korte uitwerking van waar het Deltaplan aan moet voldoen en wat de algemene Visie is die bepalend is voor de duurzame transitie van Nederland.

Visie

Nederland – klein kikkerlandje

We lopen elkaar in Nederland al snel in de weg: huizen bouwen, boerenbedrijf, luchtkwaliteit etc. En voor wat betreft de afweging tussen huizenbouw, bedrijven, landbouw, natuur en dieren, is het dus ook wel lastig in Nederland. Een belangrijk verschil met een aantal landen om ons heen, is dat Nederland een klein en dichtbevolkt land is. De landbouw neemt bijvoorbeeld de helft van het Nederlandse grondgebied in beslag en drukt dus een zware stempel op die omgeving. En menselijke-, economische- (w.o. agrarische) en natuurbelangen botsen er dus bijna per definitie.

Een windmolen staat al gauw in iemands achtertuin, een varkensstal beïnvloedt de luchtkwaliteit van een dorp, en de stikstofuitstoot in de natuur beperkt de bouw. De wat ons betreft meer dan terechte demonstraties van boeren en bouwers in de herfst van 2019 en nu ook weer zijn een teken van die botsende belangen. En ook de vliegvelden zijn een bron van discussie in ons kleine landje. Want de een zijn vakantievlucht is de ander zijn verminderde gezondheid door uitstoot of geluidsoverlast.

Klein landje met vele bestuurslagen en een voortdurende neiging tot ‘polderen’

In dat kleine landje hebben we nu een landelijke overheid die zoveel mogelijk taken en verantwoordelijkheid heeft overgeheveld naar het provinciale of regionale niveau (waterschappen, gemeenten). Die provincies, gemeenten en waterschappen hebben allemaal eigen plannen, belangen en uitvoering. En de bestuurscultuur wordt gekenmerkt door polderen, d.w.z. allerlei landelijke, provinciale en regionale overlegorganen waarin zaken moeten worden afgestemd voor draagvlak. Ondertussen ontbreekt het echte draagvlak bij burgers, boeren en anderen bedrijven.

En Groen Rechts vindt dat je je kunt afvragen of we in ons kleine landje wel zulke zelfstandig opererende provincies en waterschappen nodig hebben en of ze ons misschien zelfs wel in de weg zitten. Want al die bestuurslagen praten wel mee in de bestuurlijke ‘Polder’ maar ondertussen wordt er te weinig snelheid gemaakt en er wordt niet gezorgd voor draagvlak bij het MKB en de burgers zelf.

Nederland duurzaam – clusters en zones – ruilverkaveling 2.0

Groen Rechts heeft (op basis van de hieronder bij Bronnen genoemde input) dit Deltaplan ontwikkeld, met

  • een visie op de indeling van Nederland die rekening houdt met het feit dat we zo’n klein land hebben
  • en een aanpak, die rekening houdt met genoemde bestuurslagen.

In dit Visie nemen op Nederland nemen clusters en zones een centrale plek in. Het uitgangspunt is:

  • 1) clusters van huizen of bedrijven
    • we gaan zoveel mogelijk in zelfvoorzienende en samenhangende clusters wonen, werken en produceren, incl. lokale landbouw en kleinschalige veeteelt en de energieopwekking,
    • clusters van huizen, zoals wijken, dorp- en stadskernen die zo duurzaam mogelijk worden ingericht,
    • clusters van bedrijven die elkaar onderling versterken met restwarmte, afval, vervoer e.a.; een soort duurzame slimme bedrijventerreinen
  • 2) zones voor wonen & werken (mix), landbouw & veeteelt, natuur of water
    • wij denken dat we er niet aan ontkomen om te zorgen dat we zo slim mogelijk gebruik gaan maken van het kleine stukje grond dat we met zijn allen hebben.
    • alleen zo kunnen we zorgen dat landbouw, natuur, bewoning en industrie op een plek komen waar ze het beste tot hun recht komen, en de andere partijen niet of het minst schaden.
    • om dat optimaal te kunnen doen gaan we dat zoveel mogelijk doen verdeeld over specifieke zones die vooral bestemd zijn voor resp. wonen & werken (mix), landbouw & veeteelt, natuur of water.

En de voordelen zijn groot: minder en minder lang vervoer, zoveel mogelijk hergebruik van ‘afval’ en restwarmte, minder schade aan huizen door te lage grondwaterstand, meer water voor de boeren ook tijdens droogte en op termijn een lagere energierekening.

Grote verhuizing?

Moeten we dan ineens met zijn allen gaan verhuizen, met woonhuis of bedrijf? Nee!

Alle bestaande dorpen en steden blijven natuurlijk op hun plek. Maar wij vinden wel dat dit het uitgangspunt moet worden op elk moment dat er een beslissing genomen wordt.

  • om een nieuw bedrijf te starten
  • of een boerderij over te nemen,
  • of een nieuw huis te bouwen
  • of een huis grondig te verbouwen (vloer, muren, dak),
  • of een nieuwe wijk te bouwen
  • of een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen.

Want dat gaan we dan (niet) doen in een van de ‘voorkeurszones’ .

Overigens hebben we eerder een ruilverkaveling meegemaakt, vooral na de Tweede Wereldoorlog toen veel landbouwgebieden van eigenaar zijn gewisseld, deels met ondersteuning vanuit het Marshall-plan. En dat is de basis geworden voor de bloeiende agrarische sector zoals we die nu kennen. Dus we hebben al laten zien dat we het kunnen!

Uitwerking wonen: burgers

Vanuit deze visie worden dorps- en stadskernen in het hele land optimaal ingericht met basisdiensten voor alle leeftijden: post, bank, supermarkt, bibliotheek, kinderopvang, zorg  en bedrijvenhubs waar nodig. Energieopwekking: zoveel mogelijk dichtbij, op ‘eigen dak’ en onderling ‘ruilen’ of gemeenschappelijke energieopwekking en -opslag,  en warmtesystemen waar mogelijk.

En deels kunnen we nu ook natuur en landbouw al dichterbij de grotere clusters brengen met de ontwikkeling van verticale landbouw en -bossen in en om steden (in feite in een soort flatgebouwen met landbouw of natuur).

Vervoer

Om het woon-werkverkeer zoveel mogelijk te verminderen komen er snelbussen direct naar bedrijventerreinen. De treinen worden frequenter en het OV wordt goedkoper.

Voordelen

Voordeel is dat kleinere steden en dorpen aantrekkelijker worden, want daarvandaan zijn de werkclusters snel en comfortabel te bereiken. En daarmee ontstaat er een grotere spreiding van de bevolking over heel Nederland, wat leidt tot lagere huizenprijzen en minder files.

Uitwerking werken: bedrijven en organisaties

Vanuit deze zelfde visie worden bedrijven-clusters optimaal ingericht voor snelle toegang, lage vervoerskosten en veel hergebruik. En dus clusters van diensten en industrie, landbouw en veeteelt, waar afval zoveel mogelijk circulair is, als grondstof of voor energie. En zo worden de overgebleven materialen uit de koekjesfabriek grondstof voor dierenvoer (vergelijk Kipster).

Energieopwekking ook hier zoveel mogelijk dichtbij, op ‘eigen dak’, eigen biogas, eigen windmolen en  onderling ‘ruilen’ of gemeenschappelijke energieopwekking en warmtesystemen waar mogelijk. Restwarmte van datacentra kan worden gedeeld voor verwarming, en dat gebeurt nu ook al.

Maar een bedrijvencluster hoeft niet te gaan om een bedrijventerrein zoals we dat nu kennen. Het kan ook gaan om grote landbouwbedrijven die gemeenschappelijke belangen hebben. Zie hieronder de optie voor het inrichten van een ‘agrarische hoofdstructuur’ naast de al bestaande ‘ecologische hoofdstructuur.

Nederland – grote penseelstreken – zones

Om Nederland duurzaam in te richten, gaan we zo optimaal mogelijk wonen en werken en water en natuur de ruimte geven verdeeld over zones die specifiek daarvoor bestemd zijn. Om dit mogelijk te maken moet de landelijke overheid grote aaneengeschakelde gebieden aanwijzen waar landbouw voorrang krijgt en natuurbescherming en woningbouw op het tweede plan staan. En omgekeerd. En ook voor water en voor de mix van wonen/werken (en gemengde gebieden).

We hebben overigens in Nederland nu al een “ecologische hoofdstructuur” en dat is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland. Voor de landbouw stellen wij voor hetzelfde te doen in een agrarische hoofdstructuur (plan Fresco/Veerman), in combinatie met de New Deal (College van Rijksadviseurs – Berno Strootman). En daarnaast ook voor ‘watergebieden’, die in genoemde plannen ontbreken.

Landbouw en veeteelt

En bij de landbouw en veeteelt krijg je een verdere specialisatie van agrarische gebieden in het meest vruchtbare deel van Nederland, door uitruil en concentratie van landbouwgebieden, en het inrichten van veeteelt waar dat optimaal is. Zo kan worden aangegeven waar wat plaatsvindt, bijvoorbeeld welke type melkveehouderij met welke mate van beweiding en welke landschapsopgaven, zoals divers grasland en weidevogelbeheer. Voordeel: goede landbouw op de goede plek kan met de helft van het huidige oppervlakte evenveel produceren als nu – daar is maar 20% van de huidige input van pesticiden en kunstmest voor nodig.

Concreet moet de landbouw dan geconcentreerd worden op de meest vruchtbare klei- en zavelgronden (zand en klei) in een strook van Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant en de rijke graslanden in het westen via de Flevopolders tot in Friesland en Groningen.

De voordelen zijn groot: een vitale landbouw die de ruimte krijgt, ongelooflijke milieuwinst en versnelling van duurzame landbouw. En vanzelfsprekend is dat dit voor de boeren een op de lange termijn aantrekkelijker perspectief dan nu, waarin ze weer meer worden gewaardeerd en een goede boterham kunnen (blijven) verdienen. Zie verder bij  Deltaplan Duurzaamheid Hoofstuk 7: Landbouw en Veeteelt. 

Water

Voor het herstellen van het grondwater maar ook om de overvloed van regenwater te gebruiken bij regenval en de langdurige droogtes te lijf te gaan, zal er ook opnieuw moeten worden gekeken naar ons watermanagement. De oplossing zal vermoedelijk liggen in een aantal grote locaties waar water opgevangen kan worden, of naar toe geleid kan worden, tijdens overvloed, om dat vervolgens af te geven bij droogte. Goede samenwerking met de waterschappen is een vereiste, maar ook hier is centrale(re) regie nodig, omdat de plannen de gebieden van de waterschappen overstijgen. Zie verder bij  Deltaplan Duurzaamheid Hoofstuk 5: Water. 

Nederland in zones – wat krijg je dan?

Dan krijg je bijvoorbeeld een verdeling in:

  • 300.000 hectare ecologische hoofdstructuur (nu al)
  • 500 hectare agrarische hoofdstructuur
  • nog onbekend aantal hectare voor wateropvang en distributie daarvan
  • 1.000.000 hectare voor gemengd gebruik, w.o. wonen en werken. Dit zal uiteindelijk bestaan uit een mix van wonen en werken en alle agrarische bedrijven die niet in de agrarische hoofdstructuur konden worden ondergebracht.

De laatste zone is daarmee ook de buffer, die zorgt voor speelruimte voor een geleidelijke (maar niet langzame) overgang.

Spelregels en uitvoering

Waar moet het Deltaplan aan voldoen?

Het Deltaplan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven weten hoe zij de overgang naar een duurzaam bedrijf kunnen maken met ook commercieel een aantrekkelijk lange termijn perspectief.

Draagvlak: 0ngelijkheid rechttrekken, gelijke lusten en lasten

Draagvlak is alleen goed te bereiken als alle burgers, bedrijven en organisaties eerlijk en gelijk behandeld worden. Dat is nu niet het geval, zoals ook bij het Klimaatakkoord is gebleken waarbij grote bedrijven de grootste voordelen hebben. Daarvoor zal de huidige scheve situatie van heffingen, subsidies, energiebelastingen en belastingvoordelen zo snel rechtgetrokken moeten worden.

Het beleid wordt stimuleren en belonen waar mogelijk, of ontmoedigen en straffen waar nodig, op basis van gelijkheid en impact. Bedrijven, gemeenten en organisaties worden dus gestimuleerd om de maatregelen toe te passen. En de verduurzamer wordt dus beloond, en de vervuiler belast. Maar dat gebeurt pas als er duurzame alternatieven zijn.

Een voorbeeld: de gasprijs wordt nu al verhoogd, terwijl er nog geen (betaalbare) alternatieven zijn. Wat Groen Rechts betreft wordt deze pas verder verhoogd als er voor iedereen een betaalbaar alternatief is door betaalbare warmtepompen e.a. oplossing. Maar dan worden die maatregelen ook versneld toegepast. Tenslotte weet iedereen dat dit er aan zit te komen.

Grote slagen

Spelregels

De spelregels daarbij worden:

  • nieuw is 100% duurzaam; overnemen is zoveel mogelijk verduurzamen
  • met daarbij steeds de afweging: hoe past dit in het cluster waar ik woon of werk?

Dus bij elk nieuw bedrijf, nieuwe boerderij, nieuw huis of nieuw bedrijventerreinen: investeren in duurzaamheid tot maximum, gezien type en gezien de locatie. Alle nieuwe gebouwen energieneutraal of energiepositief; bestaande gebouwen hoogste energielabel. En overnemen of kopen betekent verduurzamen waar mogelijk, of niet verduurzamen en uit de markt halen.

Het gaat er daarbij steeds om wat de duurzaamste oplossing is. Een nieuwe boerderij kan straks niet meer worden begonnen op een verkeerde locatie (zie hierboven ons voorstel voor een herverkaveling bij Visie). En een oud huis wordt niet klimaatneutraal gemaakt, maar alleen maar goed geïsoleerd en gas-arm (dus ultrazuinige HR ketel etc.). Een dergelijk huis is niet geschikt voor lage temperatuurverwarming, of tegen zulke kosten dat we dat geld beter eerst ergens anders kunnen investeren met een hoger ‘duurzaamheidsrendement’.

Besluitvorming naar parlement – minister van Duurzaamheid en minister van Ruimte

De polder-akkoorden zijn onvoldoende, en leveren te weinig voortgang op, die ook nog eens te vrijblijvend is. Voor deze transitie is ‘polderen’ niet geschikt, is gebleken bij het Klimaatakkoord, waarbij partijen zijn ‘vergeten’ om burgers te raadplegen. Maar ook de regionale invulling door provincies en gemeenten, met soms conflicterende belangen van wethouders in 1 gemeente, of waterschappen die naast elkaar liggen, werkt onvoldoende. We hebben geen tijd meer om hier nog 5 jaar langzaam naar toe te groeien.

Om het Deltaplan Duurzaamheid een succes te maken, gaan we het volgende doen:

  • er komt een Ministerie van Duurzaamheid voor de sturing op het Deltaplan als geheel
  • er komt een Ministerie van Ruimte om de ‘ruilverkaveling’ aan te sturen (incl. het huidige Landbouw); daarmee komt het Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) weer terug.
  • en de NVWA zal of zelfstandig moeten worden of een onderdeel van VWS (zie bij Hoofstuk 5: Dieren)
  • er komt een duidelijker centrale regie vanuit de landelijke overheid, met meer regionale en lokale invulling door provincies, waterschappen en gemeenten.

Centrale regie en toch draagvlak

De nieuwe ministeries en het volgende parlement zullen het voortouw moeten nemen. Weliswaar is de input van burgers, bedrijven, provincies en gemeenten en organisaties cruciaal, maar uiteindelijk zullen er centraal een aantal ingrijpende beslissingen genomen moeten worden. Daarmee worden bedrijven, provincies en gemeenten gefaciliteerd om te focussen op zo snel mogelijk uitvoeren van de duurzame maatregelen, volgens de centraal vastgestelde standaarden en in de samenwerking naar boven gekomen best practices. En de mix van die duurzame maatregelen is de optimale mix voor die gemeente. Helaas zullen we ook moeten zeker stellen dat de belangen van de gemeenten dezelfde zijn als die van de burgers zelf, want uiteindelijk is dat de basis van het draagvlak.

Preferenda

Ons voorstel is om preferenda (Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Preferendum) te gebruiken, waarbij de burgers hun voorkeur kunnen aangeven voor een of meer opties die direct van invloed zijn op hoe ze wonen, werken en reizen.  Zo kan er, bij een gelijk effect, een voorkeur worden aangegeven voor bepaalde duurzaamheidsmaatregelen die iedereen in een regio direct raken, bijv. over inrichting van het landschap of dorp of specifieke duurzaamheidsmaatregelen.

Transparantie: kennis en ervaringen delen en samenwerken op platform

Het delen van kennis en ervaringen is hiervoor cruciaal, maar ook vergaande transparantie over resultaten, uitvoering, voortgang van programma’s, klimaat-efficiency van nieuwe technieken, meevallers en tegenvallers. Wat werkt en wat niet?! Op basis van a) de centraal vastgestelde standaarden en b) de best practices die in het platform naar boven komen, kunnen bedrijven, provincies en gemeenten focussen op zo snel mogelijk uitvoeren.

Transparantie: eerlijk zullen we samen delen

Noodzakelijk voor draagvlak is daarnaast transparantie over de praktijk van de gelijke lusten en lasten. De huidige regering heeft buiten het parlement om grote bedrijven voordelen gegeven in het Klimaatakkoord. Dat is slecht voor het draagvlak. Er komt daarom volledige transparantie over wie wat betaalt of ontvangt, en daarnaast verplichte paragrafen in jaarverslagen over duurzaamheid (mens, dier, natuur & milieu).

NB: het is een optie, om draagvlak en solidariteit te verkrijgen, dat gedurende bijv. de eerste 10 jaar van het plan de energieprijzen van gas en elektra gelijk worden voor iedereen (alle burgers, en alle bedrijven en organisaties). Dit is dus onafhankelijk van de leverancier. Er wordt dan alleen  onderscheid gemaakt naar het percentage duurzame energie van de leverancier. Als de consumenten- of zakelijke klanten een keus hebben, dan wordt de duurzamere energie goedkoper, en omgekeerd.

Burgers: duursaam

Dit Plan raakt de burgers van Nederland straks allemaal. Maar we kunnen er ook allemaal aan meedoen, en ons voordeel meedoen. Van groene daken, samen pakjes laten bezorgen, of beter nog: pakjes ophalen, meer groen in de tuin tot duurzame richtlijnen voor alle nieuwe huizen en kantoren. En nog meer zelf energie opwekken in huizen en kantoren. Een voorbeeld: voetbalverenigingen kunnen punten krijgen voor duurzaamheid en goed voedsel, en dan voor een lager tarief of met een garantiestelling lenen voor een nieuw clubgebouw.

Bedrijven

En we gaan dit waar mogelijk doen met Nederlandse ondernemingen die hofleverancier van het Klimaatplan worden. Een voorbeeld: we zijn trots op onze veeteeltbedrijven en juichen hun investeringen in uitbreiding toe. We gaan hen daarbij een aantrekkelijk perspectief bieden, in ruil voor een voor iedereen optimale plek en zoveel mogelijk duurzaamheid. En daarmee kunnen zij de transitie maken naar duurzame veeteelt, gesteund door burgers en overheid. Wij eten hun karbonades, maar over 5 jaar zijn die wel allemaal duurzaam geproduceerd en biologisch.

Versnellen

Wij vinden dat de omslag naar een duurzame samenleving veel krachtiger en sneller met meer draagvlak moet worden opgepakt. Het Klimaatakkoord is helaas iets van de Polder gebleven, en blijft nu een eigen agenda gehad te hebben (bijv. geen kernenergie) en de lasten worden verdeeld over iedereen behalve de grote bedrijven. Daarnaast is er geen enkele poging gedaan om er burgers bij te betrekken.

Er komt wat Groen Rechts betreft een Deltaplan Duurzaamheid. Een goed plan legt het einddoel vast, maar ook de tussendoelen, en het zal aantrekkelijk moeten zijn om die doelen te halen of er zelfs overheen te gaan, en onaantrekkelijk om ze niet te halen. Het gaat daarbij niet om losse plannen voor biodiversiteit, stikstof- en fosforaanpak of milieu of water want die leiden tot een fragmentarisch resultaat, en daarmee tot concurrentie tussen doelen en opvattingen, en dat is ook al gebeurd.

Het gaat om de combinatie. Alleen een structurele benadering van alle opgaven samen kan helpen werkelijke keuzes te maken. Dit helpt ook om in alle openheid keuzes te maken waarbij soms de ene groep ‘wint’ en de andere keer de andere groep.

Daarnaast heeft de hieronder geschetste ‘herverkaveling’ zoveel consequenties dat ook daarvoor een goed overkoepelend plan nodig is.

Het opstellen en uitvoeren van dit plan zal een van de hoofdtaken van de door ons voorgestelde ministers van Duurzaamheid en van Ruimte moeten worden.

Deltaplan Duurzaamheid

Er zal een dus nieuw plan moeten komen, waarin wordt samen gewerkt door burgers, bedrijven en organisaties en de overheid.  En dat plan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording zijn de pijlers, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven hoe zij hun business kunnen aanpassen.

En dat gaan we dus samen doen. Ons plan is dus niet subsidies voor grote bedrijven en wat CO2 maatregelen. Het is samenwerken van burgers met Nederlandse bedrijven en organisaties om Nederland weer toekomst-vast te maken.

Het Deltaplan wordt daarom een ‘programma’ met:

  • Duidelijke keuzes
    • Keuzes voor de duurzame afweging tussen de belangen van mensen, dieren en natuur &milieu
    • Uitwerking in keuzes voor bijv. energiebronnen, bestemmingsplannen e.a., waarbinnen burgers, bedrijven en organisaties kunnen investeren en deelnemen
    • Afscheid nemen van bedrijven die de Nederlandse ambities teveel in de weg zitten. Bijvoorbeeld bedrijven die extreem vervuilend zijn en te weinig toevoegen aan de maatschappij (innovatie, werkgelegenheid).
  • Samenhang
    • Samenhang brengt in alle verschillende regelingen, subsidies, initiatieven en platforms.
  • Financiering en Financiën
    • Subsidies voor duurzame maatregelen voor burgers, bedrijven en organisaties, w.o. voor technologische innovaties voor besparingen, circulaire productie en landbouw e.a.
    • Investeringen in grootschalige projecten voor ontwikkeling energiebronnen en infrastructuur
    • Ontwikkelen van de financiële randvoorwaarden voor transitie, waaronder een investeringsbank of ander investeringsvehikel. Duurzaam investeren en financieren wordt aantrekkelijker gemaakt; het omgekeerde onaantrekkelijk.
  • Transparantie en juridische kaders
    • Transparantie over al het voorgaande, w.o. duurzame resultaten van bedrijven, voortgang van programma’s, klimaat-efficiency van nieuwe technieken e.a.
    • Hiervoor komen er o.a. rapportages en verplichte (addenda bij) jaarverslagen van bedrijven en organisaties over hun duurzame maatregelen en het effect ervan voor mens, dier, natuur & milieu.
    • Ontwikkelen van juridische kaders, wetten, op alle niveaus, met doelstellingen en normen die over regeringsperioden heen moeten worden nageleefd.
    • Dit is inclusief wetgeving voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen met daarbij een verplichte rapportage over de stappen die zijn gedaan om schade aan mensen, dieren en milieu in hun ketens te voorkomen, te beperken en te herstellen waar nodig (NB: dieren zijn nu nog niet in initiatiefnota voor die wetgeving opgenomen – IMVO https://idvo.org/, maar wij stellen voor dat wel te doen)
  • Samen
    • Kennisplatform voor delen van aanpak, hoe draagvlak te bereiken, wat werkt en wat werkt niet, burgerinitiatieven e.a.

Bronnen en reacties

Bronnen

Dit is ons concept Deltaplan Duurzaamheid. Bij ons Programma gaat het om het op korte termijn vaststellen van onze ideeën. We hebben vrijelijk geleend uit de websites van Milieucentraal, Wikipedia, samenvattingen van het Klimaatakkoord, reacties daarop, publicaties van de heer Bezemer in De Groene, het plan Fresco/Veerman voor een agrarische hoofdstructuur, en de New Deal met de boeren (College van Rijksadviseurs – Berno Strootman), Wikipedia Duurzame landbouw, Biologische landbouw, Kringlooplandbouw, VEH artikelen over energiebronnen, en documenten en berichten over het Klimaatakkoord en de maatregelen van de regering.

We willen de auteurs van bovengenoemde publicaties niet te kort doen, maar hebben er voor gekozen om niet bij elk citaat te verwijzen naar een specifieke bron. De teksten die we overgenomen hebben zijn daarnaast voor onze rekening in de zin dat wij verantwoordelijk zijn voor het gebruik en de, mogelijk foutieve, vertaling naar ons Programma.

Reacties

Het is geschreven door gewone burgers die vinden dat het niet snel genoeg gaat met de overgang naar een duurzame samenleving. We zijn nog geen specialisten in duurzaamheid, brandstoffen, energieopwekking, dierenrechten of natuurgebieden etcetera. En daarom: heeft u opmerkingen of correcties: uw reactie via ons contactformulier zijn meer dan welkom!