Berichten

Duurzame keuzes voor alle dag: Mijn Keus

Duurzame keuzes voor alle dag: Mijnkeus.nu

  • Veel mensen zijn bereid om goede keuzes te maken. En ook kleine dagelijkse keuzes dragen bij aan een betere wereld.
  • Het is lastig om te weten wat een goede keus is. Er zijn veel websites, social media, kranten, TV, maar ook keurmerken.
  • Met het platform MijnKeus.nu kun je makkelijk goede keuzes maken; voor jezelf, voor dieren en voor de aarde!
  • Laat je informeren en inspireren en maak dan … een ‘goede’ keus!
  • Het team van Groen Rechts heeft dit platform dit jaar opgezet en heeft hiervoor met een stand op de Huishoudbeurs gestaan. Daarnaast hebben zij de website opgezet: https://mijnkeus.nu.

We worden overvoerd met informatie, tips en keurmerken

Maar we worden overvoerd met informatie over kinderarbeid, slachthuizen, CO2, stikstof, obesitas etc etc.  En het is lastig om te weten wat een goede keus is, met alle informatie op websites, social media, kranten, TV e.a. En zelfs van keurmerken zijn er zoveel dat je niet weet welke nou de beste is. Alleen al voor de categorie ‘koffie, thee, chocolade’ zijn er 17 !!! keurmerken (website Milieucentraal – keurmerken). Het is zoveel dat het  lastig is om op het juiste moment de juiste keuzes te maken.

Bedrijven en overheid kijken naar ons, burgers

Veel Nederlanders vinden dat overheid en bedrijfsleven nu eerst maar eens aan zet zijn. Dat klopt ook wel, maar in de praktijk werkt dat niet.
Bedrijven reageren het best als wij als klanten hun producten kopen. Of als we andere producten gaan kopen, bijv. een zuiniger koelkast of een keer week vegetarisch gaan eten. Daardoor zijn de schappen in de winkels veranderd; dat hebben wij dus gedaan. De overheid reageert alleen als er een crisis is of als iemand naar de rechter is gestapt. Ook daar moeten we het dus niet van hebben.
Daarom zullen wij andere keuzes moeten gaan maken. En dan volgen bedrijven en overheid vanzelf.

Wat doet Mijn Keus

Mijnkeus.nu helpt jou om jóuw beste keus te maken; voor jezelf, voor dieren en voor de aarde!
Dat doen we door al die keurmerken, rapporten en websites samen te brengen op deze website, en te vertalen naar handige lijstjes. Daarmee is Mijn Keus een portal waar je op één plek allerlei soorten producten en keurmerken kunt vergelijken. Maar je kunt hier ook kijken wat de seizoensgroenten van nu zijn, of hoe je van bank kunt wisselen.
Iedere dag weer zijn we bezig om te producten uit te zoeken of kwesties te vertalen naar de praktijk van alledag.

Wat is het doel van Mijn Keus

Ons doel is om het zo makkelijk mogelijk te maken om ‘goede’ keuzes te maken. Want elke keus draagt bij aan de verandering van het aanbod in onze winkels, en daarna in onze landbouw, visserij, veeteelt, CO2 uitstoot etc. Mijn Keus platform logo | Groen Rechts

Onze stijl

Dat doen wij hopelijk op een positieve en inspirerende manier.
En ook de bedrijven, merken en producten behandelen we positief. Geen ‘naming and shaming’ maar ‘naming and faming’. En als een merk laag op een lijst staat: ‘zet hem op!’.

Mijn Keus is onafhankelijk

Mijn Keus is onafhankelijk en niet-politiek gekleurd. We kiezen zelf onze bronnen, stellen vaak zelf daaruit de lijsten samen, en we worden nooit betaald door een bedrijf of organisatie die op een van onze lijsten staat. Dat betekent dat donateurs, samenwerkende organisaties, overheden of andere belanghebbenden op geen enkele wijze invloed kunnen uitoefenen op ons onderzoek en de product scores.

Toekomst

Deze website is een uitgebreide demo-versie, om een aantal zaken te testen en voor te leggen aan jou! Dat hebben we onder andere gedaan op de Huishoudbeurs. Nu gaan we uitbreiden met meer onderwerpen. De teksten kloppen overigens allemaal, dus daar kun je gewoon van uitgaan.
Daarnaast gaan we zo snel mogelijk met experts samenwerken om een soort producten, bijv. een categorie als ‘kant en klaar maaltijden’, uit te zoeken. Ook gaan we met wetenschappers samenwerken om te controleren of we dit allemaal zo eerlijk en transparant mogelijk doen.

Raad van Advies, stichting, ANBI

Als we iets verder zijn, dan stellen we een Raad van Advies samen en zal Mijn Keus waarschijnlijk een stichting worden. Ook zullen we dan een ANBI aanvraag doen.

Groen Rechts en Mijn Keus

De mensen die achter Groen Rechts zitten zijn begonnen met Mijn Keus. In februari hebben zij een stand gehad op de Huishoudbeurs met Mijn Keus (https://mijnkeus.nu). Dit was om met mensen te praten over duurzaamheid, hoe we ons gedrag kunnen veranderen, wat keurmerken zijn etc. Daarna zijn zij doorgegaan met de ontwikkeling van een app en de financiering daarvoor.
Maar toen de Huishoudbeurs was afgelopen, realiseerden zij zich ook dat een platform als Mijn Keus niet genoeg is om de duurzaamheid in Nederland op gang te krijgen. En ze zagen ook dat er te weinig werd gedaan met de kansen die deze vreselijke crisis ook biedt (‘we wasted a good crisis’).
En toen hebben zij besloten toch weer verder te gaan met de partij. Deze heette vroeger Partij Bonte Koe, maar de naam is toen veranderd naar Groen Rechts. “We moeten de problemen te lijf gaan zoals Nederlanders altijd hebben gedaan: pragmatisch, transparant en samen, met alle Nederlanders”. En duurzaamheid is daarbij een van de belangrijkste onderwerpen, naast de zorg, bouw, onderwijs niveau, de economie, integratie en andere onderwerpen op de politieke agenda.

Deltaplan Duurzaamheid 8: Duurzaamheid en geld

Deltaplan Duurzaamheid 8: Duurzaamheid en geld

Inleiding algemeen

Er wordt veel gesproken over duurzaamheid in Nederland, maar te weinig gedaan. Groen Rechts vindt dat de omslag naar een duurzame samenleving veel krachtiger en sneller en met meer draagvlak moet worden opgepakt. Het Klimaatakkoord is helaas iets van de Polder gebleven, en blijft nu een eigen agenda gehad te hebben (bijv. geen kernenergie) en de lasten worden verdeeld over iedereen behalve de grote bedrijven. Daarnaast is er geen enkele poging gedaan om er burgers bij te betrekken.

Onze definitie van Duurzaamheid gaat uit van het evenwicht tussen de belangen van mensen, dieren en natuur & milieu. En dan op de korte en de lange termijn, en hier en in de landen waar onze grondstoffen en producten vandaan komen.

Deltaplan duurzaamheid

In ons Deltaplan beschrijven we de spelregels en maatregelen die nodig zijn om in Nederland op de korte en lange termijn een evenwicht te krijgen en onderhouden tussen de belangen van mensen, dieren en milieu. Het gaat om een programma waarin echt wordt samen gewerkt door burgers, bedrijven en organisaties en de overheid.

En dat Deltaplan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven weten hoe zij de overgang naar een duurzaam bedrijf kunnen maken.

Draagvlak

Om dit te laten lukken is het misschien wel het allerbelangrijkst dat we met elkaar een goede samenwerking moeten zien te vinden van alle betrokken partijen, met een goede mix van centrale regie en lokale belangen, en toch vaart te maken!

Inhoud van ons Deltaplan

Ons Deltaplan Duurzaamheid bevat de volgende onderdelen

Inleiding Hoofdstuk 8: Duurzaamheid en geld

Duurzame samenleving: alleen maar kosten?

Dat al die nieuwe maatregelen geld gaan kosten, is geen verrassing. Denk maar eens aan het energiezuinig maken van de eigen woning of het aanleggen van een warmtenet of de bouw van windmolens. Wie gaat dat betalen? Dat is een veelgehoorde vraag als het om duurzaamheid gaat. De framing van de klimaatmaatregelen is er helaas een van alleen maar kosten geworden (zoals ook bij de zorg, het onderwijs, lerarentekort, zorgsalarissen en vele andere onderwerpen).  Overigens is het wel zo dat de duurzaamheidsmaatregelen geld kosten, maar op de lange termijn is het goedkoper dan niets doen, en ook nu zijn er al besparingen op energie en op indirecte kosten als gezondheidszorg (minder longziekten door minder fijnstof).

We betalen nu onze rekeningen niet – en al vele jaren lang niet

Een ander punt is de vergelijking met wat we nu betalen. We hebben de afgelopen jaren geleerd dat we niet ongestraft, en onbetaald, stikstof in het milieu kunnen laten komen. We weten nu ook dat het geld kost om zo te gaan werken dat die stikstof of andere gassen niet meer vrij komen. De maatregelen om dit op te lossen komen uit de algemene middelen, maar dat zou eigenlijk bij de kostprijs moeten van de producten die in dat proces worden gemaakt. Maar dat gebeurt niet, en vanaf het begin al niet.

Langzaam wordt dus steeds duidelijker dat er consequenties zijn verbonden aan de productie van heerlijke producten als vlees, en ook dat die consequenties niet in de prijs van vlees verwerkt zijn.  Een vergelijking met de huidige kosten en prijzen is daarom niet terecht. En los van geld, kost het uitstel in de bouw, bijvoorbeeld, ‘welzijn’ voor alle Nederlanders voor wie de bouw van de woning is vertraagd.

Bedrijven zijn gelukkig al heel lang voorbereid

Bedrijven en burgers weten al heel lang dat dit speelt, en dat dit eraan komt. Vooral grote bedrijven hebben al heel lang voordelen in de vorm van ontheffingen van normen, subsidies, belastingvoordelen e.a. Een goede ondernemer heeft dit voordeel gebruikt om te investeren in verduurzaming of heeft dit gespaard om dit te gaan doen of om zijn business(model) te veranderen. Het is dus geen 0-punt waarop we grote bedrijven ineens gaan benadelen. Het is in blessuretijd dat we echt niet meer anders kunnen, en m.n. grote bedrijven heel land uit de wind zijn gehouden. Het is daarbij ook sowieso nodig want het is ook gebleken dat bedrijven (ondanks allerlei initiatieven) of ‘de marktwerking’ niet heeft gezorgd voor de noodzakelijke verduurzaming.

Kosten stijgen al

Een ander aspect is dat de klimaatverandering ons al geld kost, zowel landelijk als voor bedrijven als privé. Even dicht bij huis: door de steeds warmere zomers is de verkoop van airconditioning apparaten gestegen. Hierdoor stijgt het stroomverbruik en er zal dus, bovenop wat er sowieso aan duurzame energie moet komen, geïnvesteerd moeten worden in extra capaciteit duurzame energie.

En daarnaast zijn er de overheidsmaatregelen om investeringen te financieren of gedrag te stimuleren, zoals het verhogen van de energiebelasting en het verlagen van subsidies voor elektrische auto’s.

Kortom: we betalen nu te weinig bij veel van de producten die we kiezen, en op andere terreinen stijgen de algemene kosten al omdat de overheid tegenmaatregelen aan het nemen is.

Het kan wel, maar wel met duidelijke lange termijn keuzes

Klimaat en economie kunnen elkaar versterken, er zijn alleen duidelijke keuzes voor nodig. Het is er  nu zelfs, tijdens de corona crisis,  júist de tijd voor, en dat niet vanwege zweverig idealisme: het zal tot tastbaar betere economische uitkomsten leiden. De grootste bedreiging in de huidige economische noodsituatie is de misplaatste gedachte dat we nu even geen tijd hebben voor investeren in duurzaamheid, circulaire landbouw e.d. (Bezemer, zie Bronnen). Helaas lijkt het erop dat deze regering de kansen van de crisis niet benut, door bijvoorbeeld steun te laten afhangen van investeringen in duurzaamheid.

Bij een volgende economische crisis of pandemie is het een optie om bedrijven die sterk bijdragen aan de CO2 productie niet te steunen. Vergelijk Tata Steel in IJmuiden, waar al jaren het aantal banen daalt, maar dat wel verantwoordelijk is voor veel uitstoot en vervuiling. De steun aan KLM, zonder klimaateisen (los van de slechte onderhandelingen) zal de volgende keer wel van klimaateisen moeten worden voorzien.

Spelregels

Het is tekenend dat onze minister van EZ niet genoeg duurzame energie heeft weten te realiseren, en dus moeten wij investeren in een ander land door daar groene stroom(rechten) in te kopen om geen EU boete te krijgen. En in het algemeen is Nederland veel te vraag met de transitie.

Wat Groen Rechts betreft hebben we niet meer de tijd om het perfecte moment te kiezen om ‘in te stappen’ in de verduurzaming van Nederland. We moeten gewoon nu beginnen. De noodzaak ligt voor de hand, nu kunnen we nog keuzes maken, en de kosten komen toch. Maar .. als we het goed doen komen er ook veel besparingen en zelfs baten.

De spelregels zijn dan:

  • zo snel mogelijk zo duurzaam mogelijk worden
  • zoveel mogelijk gaan innoveren
  • zoveel mogelijk energie maar ook geld besparen
  • zoveel mogelijk banen daarbij zullen ontwikkelen; en waar nodig een goede overgang regelen naar andere banen
  • met een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten tussen burgers, organisaties en bedrijven
  • met zoveel mogelijk draagvlak, o.a. door 100% transparantie over de lusten en lasten van burgers, bedrijven, organisaties en overheden.

Eerlijke verdeling

Uitgangspunten

Elke burger en elke organisatie of bedrijf in Nederland koopt producten of diensten, van koffie tot vliegreizen. En elk van ons is daarmee verantwoordelijk voor de uitstoot van CO2 en andere klimaatgassen, maar ook voor effecten op de gezondheid van mensen als op het welzijn van dieren, en dit alles zowel in Nederland als in de landen waar onze grondstoffen of producten vandaan komen. En elke burger en elke organisatie of bedrijf in Nederland kan duurzamere keuzes gaan maken, of die geld kosten of niet.

Om dit ‘project’ te laten slagen is draagvlak nodig. En daarvoor zijn onze uitgangspunten als volgt:

  • Er komt een eerlijke verdeling van kosten, waarmee de verduurzamer verdient (of bespaart) en de vervuiler betaalt
  • We gaan de echte prijzen betalen (true cost/true price), dus inclusief de kosten voor het bestrijden van de schadelijke effecten of het vergroten van het dierenwelzijn etc.
  • Er komt een eerlijke verdeling en verrekening met mensen en natuur in de landen waar onze grondstoffen of (half)producten vandaan komen
  • Er komen pas ‘ontmoedigingsmaatregelen’ als er vergelijkbare (en betaalbare) duurzame alternatieven zijn. Dus rekening rijden wel voor grotere diesel- en benzine-auto’s, maar niet voor midden- en kleine, zolang de elektrische modellen voor veel mensen nog niet te betalen zijn.
  • Er komt volledige transparantie over wie wat betaalt of ontvangt aan subsidies, kortingen, speciale tarieven etc.

Verminderde keuzevrijheid en prijzen

Een heel ander aspect van de toekomstige ontwikkeling is dat we meer en meer te maken krijgen met maatregelen die gelden voor het hele land (bijv. op basis van het Klimaatakkoord) of de hele stad, of een bepaalde wijk. Vanaf 2030 is het verplicht om de eigen woning te isoleren, maar dat gaat, zoals in de plannen staat, wijk voor wijk plaatsvinden (alle Nederlandse gemeenten moeten eind 2021 met een plan van aanpak komen). Ook op het gebied van warmte en stroom komen er meer en meer gemeenschappelijke oplossingen.

Nu kunnen burgers kiezen voor hun energieleveranciers. Straks zal een groot deel van ons daar geen invloed meer op hebben. En ook de beslissing voor het moment dat de woning of het bedrijf overgaat op een duurzamer warmtenet of meer isolatie ligt straks helemaal of deels bij de gemeente.

Er moet namelijk heel veel gebeuren, en dus kan niet alles tegelijk. Dat betekent dat je bedrijventerrein of woning misschien pas in de jaren 2030 aan de beurt is, en dat je nog jarenlang in suboptimale energie-omstandigheden blijft leven of werken. Dit kan ook komen omdat gemeente niet competent genoeg is of dat er tegenstrijdige belangen zijn bij de verschillende wethouders. En dus kan het gebeuren dat men in wijk 1 al over is naar een centraal verwarmde goed geïsoleerde woning, terwijl de woningen in wijk 2 pas veel later aan de beurt zijn. En als de overgang dan heeft plaatsgevonden is de burger of het bedrijf gebonden aan een warmte- of energieleverancier die niet zelf gekozen is, bijv. op prijs of service. De zo geprezen marktwerking is dan ver te zoeken (de gemeente zal een soort aanbesteding doen, maar de vraag is hoeveel echte keus er is).

Het lijkt daarom niet redelijk om de prijzen van die warmteleveranciers over te laten aan een nogal indirecte markt, waar individuele draagkracht en klanttevredenheid nauwelijks een rol zullen spelen. Daarbij zijn er, is recent gebleken, nog veel onzekerheden en aanloopproblemen, die mogelijk financiele consequenties hebben.

Groen Rechts wil daarom de optie onderzoeken of het het meest klant-, maar ook marktgericht, is om de prijzen centraal voor heel Nederland vast te stellen. Voordeel is dat de leveranciers hun best moeten doen om met die prijs toch een goed product te leveren en te excelleren in klantvriendelijkheid. En de burgers en bedrijven weten waar ze aan toe zijn en betalen allemaal dezelfde solidaire prijs. Pas als de projecten zijn uitgevoerd en het stof is neergedaald, kan dat weer worden losgelaten.

Eerlijke verdeling van kosten tussen burgers en MKB <-> grote bedrijven

Er zouden bij het Klimaatakkoord een eerlijke verdeling van de kosten en baten komen, zodat burgers en kleinere bedrijven niet opdraaien voor de kosten van grote vervuilers zoals de veehouderij, de scheep- en de luchtvaart. Helaas is dat niet het geval bij het Klimaatakkoord:

  • Burgers <-> bedrijven: Het bedrijfsleven is verantwoordelijk voor 80% van de uitstoot in Nederland, maar betaalt niet eens de helft, dus minder dan 50%,  van de milieubelasting die de staatskas ingaat.
  • Kleine bedrijven <-> grote bedrijven: Minister Wiebes beloofde de Tweede Kamer dat de industrie haar eigen vergroening betaalt, waarbij de rekening komt te liggen bij de grootverbruikers.  De 12 grootste vervuilers zijn ook grootverbruikers. Uit een vergelijking blijkt dat deze 12 grootste bedrijven minder dan 20 % van de subsidie opbrengen. Dat komt door een zeer laag belastingtarief en een reeks van vrijstellingen. Kleinere industriële bedrijven betalen ruim 80 % van de subsidiepot voor industriële vergroening, terwijl zij veel minder uitstoten en nauwelijks gebruik kunnen maken van dit geld. Het gaat vooral om mkb-bedrijven. Het is niet uit te leggen dat juist de grootste vervuilers het geld van kleinere fabrikanten mogen gebruiken om bijvoorbeeld hun CO2 onder de grond te stoppen. Zij moeten hun eigen verduurzaming betalen.
    • Uitgangspunt van Groen Rechts is alle bedrijven CO2 heffing gaan betalen naar mate van uitstoot. Er komt een korte overgangsperiode, waarin alle vrijstellingen en subsidies vervallen. Als er door bedrijven al bijv. ETS rechten zijn gekocht, dan is die heffing aanvullend. Daarmee komt er meer geld in de pot, waarmee iedereen de verduurzaming kan betalen.
    • Transparantie: En er moet volledige transparantie komen over wie wat aan CO2 uitstoot, aan heffingen betaalt en aan subsidies of kortingen ontvangt.
Grafiek - Opslag duurzame energie per ton CO2 per sector | Groen Rechts

Bron: www.duurzaam-ondernemen.nl

Gelijk speelveld

Een veel gehoord argument is dat maatregelen pas kunnen als er een gelijk speelveld is tussen alle concurrenten. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat er een gelijk speelveld, maar dat speelt alleen voor bedrijven die ook daadwerkelijk concurrenten hebben in dezelfde markt die alleen maar op prijs concurreren (en bijv. niet op kwaliteit of levertijd of product kenmerken).

Burgers <-> bedrijven: gelijkheid in energiebelasting?

In Nederland betalen we nu bovenop de kale energieprijs een Energiebelasting (EB) en een Opslag Duurzame Energie (ODE), en daarbij nog de BTW. Op het eerste gezicht dragen als maar hogere belastingen op energie bij aan zowel het vullen van de schatkist als aan het terugdringen van verspilling.  Hoge belastingen stimuleren gebruikers om te besparen. Hoe hoger de prijs, en het volume, hoe meer je kan verdienen met besparingsmaatregelen. Nu iedereen het belang wel inziet van energiebesparing én het terugdringen van CO2-uitstoot, zou je verwachten dat de energiebelasting in Nederland is ingericht volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Helaas is dat niet het geval.

  • Ten eerste: bedrijven betalen veel lagere energiebelasting dan burgers
    • bedrijven betalen lage energiebelastingtarieven, een ook nog regressief (hoe meer verbruik, hoe lager de belasting). Dit stimuleert ze al niet om energie te besparen, want hoe hoger de prijs, hoe groter de besparing.
    • daarnaast is het gemiddeld voor zo dat besparingsmaatregelen voor huishoudens relatief duur zijn, terwijl ze voor grootverbruikers relatief goedkoop zijn. Dus terwijl het voor hen het goedkoopst is, is de energiebelasting en dus de energieprijs zo laag, dat besparen niet per se aantrekkelijk is;
    • Nederland zou moeten investeren in energiebesparing waar dat het goedkoopst is. en dat is dus in de eerste plaats bij de (industriële) grootverbruikers en pas als het echt niet anders kan bij huishoudens.
    • Ons voorstel is daarom om het belastingtarief vlak te maken. Dat is eerlijker en de besparingsstimulans komt op de plek waar besparingen het makkelijkste en goedkoopst zijn en het meest opleveren, namelijk bij de grootverbruikers. Op termijn kan het nodig zijn om het tarief progressief te maken (hoe meer verbruik, hoe hoger de prijs). Indien nodig of mogelijk kan het basistarief dalen.
  • Ten tweede: de belastingvrijstelling voor energierekening  
    • de belastingvrijstelling (over het eerste stukje van je energierekening hoef je als het ware geen belasting te betalen) had de afgelopen jaren moeten meegroeien met de stijging van de belastingen op aardgas. Juist mensen met lage inkomens zullen immers geen middelen hebben om op hun gasverbruik te besparen, terwijl gas als maar duurder wordt. Dat is niet gebeurd, terwijl dit juist voor de kleine gebruikers uitmaakt.
    • Ons voorstel is om die uitgebleven groei van de vrijstelling goed te maken en voortaan te laten meestijgen met de belastingverhogingen op energie.

Gelijkheid tussen Nederland en armere landen

Eén thema is in de discussie over duurzaamheid nog nergens aan de orde geweest: het verdelingsvraagstuk, een soort van nivellering tussen landen. In Parijs hebben rijke landen niet alleen hun verantwoordelijkheid uitgesproken voor het behalen van de klimaatdoelen in eigen land, maar ook ondubbelzinnige steun toegezegd aan armere landen die zwaarder worden getroffen, maar veel minder hebben bijgedragen aan het ontstaan van het klimaatprobleem.

Nederland zal niet alleen moeten zorgen dat zijn eigen energie schoon wordt, maar ook mede opdraaien voor de kosten van landen die zich zo’n transitie niet kunnen veroorloven. En Nederland moet niet alleen zijn eigen dijken klimaatbestendig maken, maar ook bijdragen aan die in Vietnam en Bangladesh.

Auto rijden

In Hoofdstuk 3 Energie, wonen, werk, vervoer bespreken we hoe maatregelen rondom rekening rijden, subsidies, accijns en bijtelling eerlijk kunnen worden toegepast. Wat ons betreft moet hierbij rekening worden gehouden met de beschikbaarheid van zaken als betaalbare kleine elektrische auto’s, snelbussen naar bedrijventerreinen en voldoende woningen zijn op redelijke afstand van waar mensen werken.

Gelijke toegang tot duurzame maatregelen

De laatste maatregelen die zullen zorgen voor draagvlak zijn:

  • Lusten: rekening houden met een gelijke ‘toegang’ tot energiebesparende maatregelen en de opwekking van duurzame energie. Zo zijn de voordelen van veel isolatiemaatregelen alleen haalbaar voor midden- en hogere inkomens of voor huiseigenaren. Nu gaat er, door groene politiek met subsidies voor zonnepanelen van woningbezitter dus geld naar hen toe. De huurder krijgt dat niet, en heeft zowel de voordelen als de subsidie niet. Idem het geld dat gaat naar mensen die zich een elektrische auto kunnen veroorloven of leaserijder zijn en grotere modellen (nu nog) kunnen veroorloven (het omgekeerde Robin Hood-effect).
  • Lasten: rekening houden met gelijke nadelen van prijsstijgingen om gebruik van bijv. gas te ontmoedigen. Wanneer energie duurder wordt, betalen we allemaal meer om onze huizen te verwarmen. Maar doordat de armen een groter deel van hun inkomen aan energie uitgeven, treft een prijsstijging hen relatief het zwaarst.
  • Verrekenen: het is daarom een optie om bij subsidies of tarieven rekening te houden met verschil in inkomen of met de waardevermeerdering van de eigen woning door duurzame maatregelen. Het meest eenvoudig is mogelijk om de overdrachtsbelasting  afhankelijk te maken van het Energielabel van het huis. Tegelijkertijd willen we zeker niet nog een soort ‘toeslag’ !

Bronnen en reacties

Bronnen

Dit is ons concept Deltaplan Duurzaamheid. Bij ons Programma gaat het om het op korte termijn vaststellen van onze ideeën. We hebben vrijelijk geleend uit de websites van Milieucentraal, Wikipedia, samenvattingen van het Klimaatakkoord, reacties daarop, publicaties van de heer Bezemer in De Groene, het plan Fresco/Veerman voor een agrarische hoofdstructuur, en de New Deal met de boeren (College van Rijksadviseurs – Berno Strootman), Wikipedia Duurzame landbouw, Biologische landbouw, Kringlooplandbouw, VEH artikelen over energiebronnen, en documenten en berichten over het Klimaatakkoord en de maatregelen van de regering. En van andere partijen, zoals hier een aantal paragrafen van de Partij voor de Dieren.

We willen de auteurs van bovengenoemde publicaties niet te kort doen, maar hebben er voor gekozen om niet bij elk citaat te verwijzen naar een specifieke bron. De teksten die we overgenomen hebben zijn daarnaast voor onze rekening in de zin dat wij verantwoordelijk zijn voor het gebruik en de, mogelijk foutieve, vertaling naar ons Programma.

Reacties

Het is geschreven door gewone burgers die vinden dat het niet snel genoeg gaat met de overgang naar een duurzame samenleving. We zijn nog geen specialisten in duurzaamheid, brandstoffen, energieopwekking, dierenrechten of natuurgebieden etcetera. En daarom: heeft u opmerkingen of correcties: uw reactie via ons contactformulier zijn meer dan welkom!

Deltaplan Duurzaamheid 2: plan en visie

Deltaplan Duurzaamheid 2: Plan en Visie

Inleiding algemeen

Er wordt veel gesproken over duurzaamheid in Nederland, maar te weinig gedaan. Groen Rechts vindt dat de omslag naar een duurzame samenleving veel krachtiger en sneller en met meer draagvlak moet worden opgepakt. Het Klimaatakkoord is helaas iets van de Polder gebleven, en blijft nu een eigen agenda gehad te hebben (bijv. geen kernenergie) en de lasten worden verdeeld over iedereen behalve de grote bedrijven. Daarnaast is er geen enkele poging gedaan om er burgers bij te betrekken.

Onze definitie van Duurzaamheid gaat uit van het evenwicht tussen de belangen van mensen, dieren en natuur & milieu. En dan op de korte en de lange termijn, en hier en in de landen waar onze grondstoffen en producten vandaan komen.

Deltaplan duurzaamheid

In ons Deltaplan beschrijven we de spelregels en maatregelen die nodig zijn om in Nederland op de korte en lange termijn een evenwicht te krijgen en onderhouden tussen de belangen van mensen, dieren en milieu. Het gaat om een programma waarin echt wordt samen gewerkt door burgers, bedrijven en organisaties en de overheid.

En dat Deltaplan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven weten hoe zij de overgang naar een duurzaam bedrijf kunnen maken.

Draagvlak

Om dit te laten lukken is het misschien wel het allerbelangrijkst dat we met elkaar een goede samenwerking moeten zien te vinden van alle betrokken partijen, met een goede mix van centrale regie en lokale belangen, en toch vaart te maken!

Inhoud van ons Deltaplan

Ons Deltaplan Duurzaamheid bevat de volgende onderdelen

Inleiding Hoofdstuk 2: Plan en visie

In dit hoofdstuk gaat het om een korte uitwerking van waar het Deltaplan aan moet voldoen en wat de algemene Visie is die bepalend is voor de duurzame transitie van Nederland.

Visie

Nederland – klein kikkerlandje

We lopen elkaar in Nederland al snel in de weg: huizen bouwen, boerenbedrijf, luchtkwaliteit etc. En voor wat betreft de afweging tussen huizenbouw, bedrijven, landbouw, natuur en dieren, is het dus ook wel lastig in Nederland. Een belangrijk verschil met een aantal landen om ons heen, is dat Nederland een klein en dichtbevolkt land is. De landbouw neemt bijvoorbeeld de helft van het Nederlandse grondgebied in beslag en drukt dus een zware stempel op die omgeving. En menselijke-, economische- (w.o. agrarische) en natuurbelangen botsen er dus bijna per definitie.

Een windmolen staat al gauw in iemands achtertuin, een varkensstal beïnvloedt de luchtkwaliteit van een dorp, en de stikstofuitstoot in de natuur beperkt de bouw. De wat ons betreft meer dan terechte demonstraties van boeren en bouwers in de herfst van 2019 en nu ook weer zijn een teken van die botsende belangen. En ook de vliegvelden zijn een bron van discussie in ons kleine landje. Want de een zijn vakantievlucht is de ander zijn verminderde gezondheid door uitstoot of geluidsoverlast.

Klein landje met vele bestuurslagen en een voortdurende neiging tot ‘polderen’

In dat kleine landje hebben we nu een landelijke overheid die zoveel mogelijk taken en verantwoordelijkheid heeft overgeheveld naar het provinciale of regionale niveau (waterschappen, gemeenten). Die provincies, gemeenten en waterschappen hebben allemaal eigen plannen, belangen en uitvoering. En de bestuurscultuur wordt gekenmerkt door polderen, d.w.z. allerlei landelijke, provinciale en regionale overlegorganen waarin zaken moeten worden afgestemd voor draagvlak. Ondertussen ontbreekt het echte draagvlak bij burgers, boeren en anderen bedrijven.

En Groen Rechts vindt dat je je kunt afvragen of we in ons kleine landje wel zulke zelfstandig opererende provincies en waterschappen nodig hebben en of ze ons misschien zelfs wel in de weg zitten. Want al die bestuurslagen praten wel mee in de bestuurlijke ‘Polder’ maar ondertussen wordt er te weinig snelheid gemaakt en er wordt niet gezorgd voor draagvlak bij het MKB en de burgers zelf.

Nederland duurzaam – clusters en zones – ruilverkaveling 2.0

Groen Rechts heeft (op basis van de hieronder bij Bronnen genoemde input) dit Deltaplan ontwikkeld, met

  • een visie op de indeling van Nederland die rekening houdt met het feit dat we zo’n klein land hebben
  • en een aanpak, die rekening houdt met genoemde bestuurslagen.

In dit Visie nemen op Nederland nemen clusters en zones een centrale plek in. Het uitgangspunt is:

  • 1) clusters van huizen of bedrijven
    • we gaan zoveel mogelijk in zelfvoorzienende en samenhangende clusters wonen, werken en produceren, incl. lokale landbouw en kleinschalige veeteelt en de energieopwekking,
    • clusters van huizen, zoals wijken, dorp- en stadskernen die zo duurzaam mogelijk worden ingericht,
    • clusters van bedrijven die elkaar onderling versterken met restwarmte, afval, vervoer e.a.; een soort duurzame slimme bedrijventerreinen
  • 2) zones voor wonen & werken (mix), landbouw & veeteelt, natuur of water
    • wij denken dat we er niet aan ontkomen om te zorgen dat we zo slim mogelijk gebruik gaan maken van het kleine stukje grond dat we met zijn allen hebben.
    • alleen zo kunnen we zorgen dat landbouw, natuur, bewoning en industrie op een plek komen waar ze het beste tot hun recht komen, en de andere partijen niet of het minst schaden.
    • om dat optimaal te kunnen doen gaan we dat zoveel mogelijk doen verdeeld over specifieke zones die vooral bestemd zijn voor resp. wonen & werken (mix), landbouw & veeteelt, natuur of water.

En de voordelen zijn groot: minder en minder lang vervoer, zoveel mogelijk hergebruik van ‘afval’ en restwarmte, minder schade aan huizen door te lage grondwaterstand, meer water voor de boeren ook tijdens droogte en op termijn een lagere energierekening.

Grote verhuizing?

Moeten we dan ineens met zijn allen gaan verhuizen, met woonhuis of bedrijf? Nee!

Alle bestaande dorpen en steden blijven natuurlijk op hun plek. Maar wij vinden wel dat dit het uitgangspunt moet worden op elk moment dat er een beslissing genomen wordt.

  • om een nieuw bedrijf te starten
  • of een boerderij over te nemen,
  • of een nieuw huis te bouwen
  • of een huis grondig te verbouwen (vloer, muren, dak),
  • of een nieuwe wijk te bouwen
  • of een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen.

Want dat gaan we dan (niet) doen in een van de ‘voorkeurszones’ .

Overigens hebben we eerder een ruilverkaveling meegemaakt, vooral na de Tweede Wereldoorlog toen veel landbouwgebieden van eigenaar zijn gewisseld, deels met ondersteuning vanuit het Marshall-plan. En dat is de basis geworden voor de bloeiende agrarische sector zoals we die nu kennen. Dus we hebben al laten zien dat we het kunnen!

Uitwerking wonen: burgers

Vanuit deze visie worden dorps- en stadskernen in het hele land optimaal ingericht met basisdiensten voor alle leeftijden: post, bank, supermarkt, bibliotheek, kinderopvang, zorg  en bedrijvenhubs waar nodig. Energieopwekking: zoveel mogelijk dichtbij, op ‘eigen dak’ en onderling ‘ruilen’ of gemeenschappelijke energieopwekking en -opslag,  en warmtesystemen waar mogelijk.

En deels kunnen we nu ook natuur en landbouw al dichterbij de grotere clusters brengen met de ontwikkeling van verticale landbouw en -bossen in en om steden (in feite in een soort flatgebouwen met landbouw of natuur).

Vervoer

Om het woon-werkverkeer zoveel mogelijk te verminderen komen er snelbussen direct naar bedrijventerreinen. De treinen worden frequenter en het OV wordt goedkoper.

Voordelen

Voordeel is dat kleinere steden en dorpen aantrekkelijker worden, want daarvandaan zijn de werkclusters snel en comfortabel te bereiken. En daarmee ontstaat er een grotere spreiding van de bevolking over heel Nederland, wat leidt tot lagere huizenprijzen en minder files.

Uitwerking werken: bedrijven en organisaties

Vanuit deze zelfde visie worden bedrijven-clusters optimaal ingericht voor snelle toegang, lage vervoerskosten en veel hergebruik. En dus clusters van diensten en industrie, landbouw en veeteelt, waar afval zoveel mogelijk circulair is, als grondstof of voor energie. En zo worden de overgebleven materialen uit de koekjesfabriek grondstof voor dierenvoer (vergelijk Kipster).

Energieopwekking ook hier zoveel mogelijk dichtbij, op ‘eigen dak’, eigen biogas, eigen windmolen en  onderling ‘ruilen’ of gemeenschappelijke energieopwekking en warmtesystemen waar mogelijk. Restwarmte van datacentra kan worden gedeeld voor verwarming, en dat gebeurt nu ook al.

Maar een bedrijvencluster hoeft niet te gaan om een bedrijventerrein zoals we dat nu kennen. Het kan ook gaan om grote landbouwbedrijven die gemeenschappelijke belangen hebben. Zie hieronder de optie voor het inrichten van een ‘agrarische hoofdstructuur’ naast de al bestaande ‘ecologische hoofdstructuur.

Nederland – grote penseelstreken – zones

Om Nederland duurzaam in te richten, gaan we zo optimaal mogelijk wonen en werken en water en natuur de ruimte geven verdeeld over zones die specifiek daarvoor bestemd zijn. Om dit mogelijk te maken moet de landelijke overheid grote aaneengeschakelde gebieden aanwijzen waar landbouw voorrang krijgt en natuurbescherming en woningbouw op het tweede plan staan. En omgekeerd. En ook voor water en voor de mix van wonen/werken (en gemengde gebieden).

We hebben overigens in Nederland nu al een “ecologische hoofdstructuur” en dat is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland. Voor de landbouw stellen wij voor hetzelfde te doen in een agrarische hoofdstructuur (plan Fresco/Veerman), in combinatie met de New Deal (College van Rijksadviseurs – Berno Strootman). En daarnaast ook voor ‘watergebieden’, die in genoemde plannen ontbreken.

Landbouw en veeteelt

En bij de landbouw en veeteelt krijg je een verdere specialisatie van agrarische gebieden in het meest vruchtbare deel van Nederland, door uitruil en concentratie van landbouwgebieden, en het inrichten van veeteelt waar dat optimaal is. Zo kan worden aangegeven waar wat plaatsvindt, bijvoorbeeld welke type melkveehouderij met welke mate van beweiding en welke landschapsopgaven, zoals divers grasland en weidevogelbeheer. Voordeel: goede landbouw op de goede plek kan met de helft van het huidige oppervlakte evenveel produceren als nu – daar is maar 20% van de huidige input van pesticiden en kunstmest voor nodig.

Concreet moet de landbouw dan geconcentreerd worden op de meest vruchtbare klei- en zavelgronden (zand en klei) in een strook van Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant en de rijke graslanden in het westen via de Flevopolders tot in Friesland en Groningen.

De voordelen zijn groot: een vitale landbouw die de ruimte krijgt, ongelooflijke milieuwinst en versnelling van duurzame landbouw. En vanzelfsprekend is dat dit voor de boeren een op de lange termijn aantrekkelijker perspectief dan nu, waarin ze weer meer worden gewaardeerd en een goede boterham kunnen (blijven) verdienen. Zie verder bij  Deltaplan Duurzaamheid Hoofstuk 7: Landbouw en Veeteelt. 

Water

Voor het herstellen van het grondwater maar ook om de overvloed van regenwater te gebruiken bij regenval en de langdurige droogtes te lijf te gaan, zal er ook opnieuw moeten worden gekeken naar ons watermanagement. De oplossing zal vermoedelijk liggen in een aantal grote locaties waar water opgevangen kan worden, of naar toe geleid kan worden, tijdens overvloed, om dat vervolgens af te geven bij droogte. Goede samenwerking met de waterschappen is een vereiste, maar ook hier is centrale(re) regie nodig, omdat de plannen de gebieden van de waterschappen overstijgen. Zie verder bij  Deltaplan Duurzaamheid Hoofstuk 5: Water. 

Nederland in zones – wat krijg je dan?

Dan krijg je bijvoorbeeld een verdeling in:

  • 300.000 hectare ecologische hoofdstructuur (nu al)
  • 500 hectare agrarische hoofdstructuur
  • nog onbekend aantal hectare voor wateropvang en distributie daarvan
  • 1.000.000 hectare voor gemengd gebruik, w.o. wonen en werken. Dit zal uiteindelijk bestaan uit een mix van wonen en werken en alle agrarische bedrijven die niet in de agrarische hoofdstructuur konden worden ondergebracht.

De laatste zone is daarmee ook de buffer, die zorgt voor speelruimte voor een geleidelijke (maar niet langzame) overgang.

Spelregels en uitvoering

Waar moet het Deltaplan aan voldoen?

Het Deltaplan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven weten hoe zij de overgang naar een duurzaam bedrijf kunnen maken met ook commercieel een aantrekkelijk lange termijn perspectief.

Draagvlak: 0ngelijkheid rechttrekken, gelijke lusten en lasten

Draagvlak is alleen goed te bereiken als alle burgers, bedrijven en organisaties eerlijk en gelijk behandeld worden. Dat is nu niet het geval, zoals ook bij het Klimaatakkoord is gebleken waarbij grote bedrijven de grootste voordelen hebben. Daarvoor zal de huidige scheve situatie van heffingen, subsidies, energiebelastingen en belastingvoordelen zo snel rechtgetrokken moeten worden.

Het beleid wordt stimuleren en belonen waar mogelijk, of ontmoedigen en straffen waar nodig, op basis van gelijkheid en impact. Bedrijven, gemeenten en organisaties worden dus gestimuleerd om de maatregelen toe te passen. En de verduurzamer wordt dus beloond, en de vervuiler belast. Maar dat gebeurt pas als er duurzame alternatieven zijn.

Een voorbeeld: de gasprijs wordt nu al verhoogd, terwijl er nog geen (betaalbare) alternatieven zijn. Wat Groen Rechts betreft wordt deze pas verder verhoogd als er voor iedereen een betaalbaar alternatief is door betaalbare warmtepompen e.a. oplossing. Maar dan worden die maatregelen ook versneld toegepast. Tenslotte weet iedereen dat dit er aan zit te komen.

Grote slagen

Spelregels

De spelregels daarbij worden:

  • nieuw is 100% duurzaam; overnemen is zoveel mogelijk verduurzamen
  • met daarbij steeds de afweging: hoe past dit in het cluster waar ik woon of werk?

Dus bij elk nieuw bedrijf, nieuwe boerderij, nieuw huis of nieuw bedrijventerreinen: investeren in duurzaamheid tot maximum, gezien type en gezien de locatie. Alle nieuwe gebouwen energieneutraal of energiepositief; bestaande gebouwen hoogste energielabel. En overnemen of kopen betekent verduurzamen waar mogelijk, of niet verduurzamen en uit de markt halen.

Het gaat er daarbij steeds om wat de duurzaamste oplossing is. Een nieuwe boerderij kan straks niet meer worden begonnen op een verkeerde locatie (zie hierboven ons voorstel voor een herverkaveling bij Visie). En een oud huis wordt niet klimaatneutraal gemaakt, maar alleen maar goed geïsoleerd en gas-arm (dus ultrazuinige HR ketel etc.). Een dergelijk huis is niet geschikt voor lage temperatuurverwarming, of tegen zulke kosten dat we dat geld beter eerst ergens anders kunnen investeren met een hoger ‘duurzaamheidsrendement’.

Besluitvorming naar parlement – minister van Duurzaamheid en minister van Ruimte

De polder-akkoorden zijn onvoldoende, en leveren te weinig voortgang op, die ook nog eens te vrijblijvend is. Voor deze transitie is ‘polderen’ niet geschikt, is gebleken bij het Klimaatakkoord, waarbij partijen zijn ‘vergeten’ om burgers te raadplegen. Maar ook de regionale invulling door provincies en gemeenten, met soms conflicterende belangen van wethouders in 1 gemeente, of waterschappen die naast elkaar liggen, werkt onvoldoende. We hebben geen tijd meer om hier nog 5 jaar langzaam naar toe te groeien.

Om het Deltaplan Duurzaamheid een succes te maken, gaan we het volgende doen:

  • er komt een Ministerie van Duurzaamheid voor de sturing op het Deltaplan als geheel
  • er komt een Ministerie van Ruimte om de ‘ruilverkaveling’ aan te sturen (incl. het huidige Landbouw); daarmee komt het Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) weer terug.
  • en de NVWA zal of zelfstandig moeten worden of een onderdeel van VWS (zie bij Hoofstuk 5: Dieren)
  • er komt een duidelijker centrale regie vanuit de landelijke overheid, met meer regionale en lokale invulling door provincies, waterschappen en gemeenten.

Centrale regie en toch draagvlak

De nieuwe ministeries en het volgende parlement zullen het voortouw moeten nemen. Weliswaar is de input van burgers, bedrijven, provincies en gemeenten en organisaties cruciaal, maar uiteindelijk zullen er centraal een aantal ingrijpende beslissingen genomen moeten worden. Daarmee worden bedrijven, provincies en gemeenten gefaciliteerd om te focussen op zo snel mogelijk uitvoeren van de duurzame maatregelen, volgens de centraal vastgestelde standaarden en in de samenwerking naar boven gekomen best practices. En de mix van die duurzame maatregelen is de optimale mix voor die gemeente. Helaas zullen we ook moeten zeker stellen dat de belangen van de gemeenten dezelfde zijn als die van de burgers zelf, want uiteindelijk is dat de basis van het draagvlak.

Preferenda

Ons voorstel is om preferenda (Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Preferendum) te gebruiken, waarbij de burgers hun voorkeur kunnen aangeven voor een of meer opties die direct van invloed zijn op hoe ze wonen, werken en reizen.  Zo kan er, bij een gelijk effect, een voorkeur worden aangegeven voor bepaalde duurzaamheidsmaatregelen die iedereen in een regio direct raken, bijv. over inrichting van het landschap of dorp of specifieke duurzaamheidsmaatregelen.

Transparantie: kennis en ervaringen delen en samenwerken op platform

Het delen van kennis en ervaringen is hiervoor cruciaal, maar ook vergaande transparantie over resultaten, uitvoering, voortgang van programma’s, klimaat-efficiency van nieuwe technieken, meevallers en tegenvallers. Wat werkt en wat niet?! Op basis van a) de centraal vastgestelde standaarden en b) de best practices die in het platform naar boven komen, kunnen bedrijven, provincies en gemeenten focussen op zo snel mogelijk uitvoeren.

Transparantie: eerlijk zullen we samen delen

Noodzakelijk voor draagvlak is daarnaast transparantie over de praktijk van de gelijke lusten en lasten. De huidige regering heeft buiten het parlement om grote bedrijven voordelen gegeven in het Klimaatakkoord. Dat is slecht voor het draagvlak. Er komt daarom volledige transparantie over wie wat betaalt of ontvangt, en daarnaast verplichte paragrafen in jaarverslagen over duurzaamheid (mens, dier, natuur & milieu).

NB: het is een optie, om draagvlak en solidariteit te verkrijgen, dat gedurende bijv. de eerste 10 jaar van het plan de energieprijzen van gas en elektra gelijk worden voor iedereen (alle burgers, en alle bedrijven en organisaties). Dit is dus onafhankelijk van de leverancier. Er wordt dan alleen  onderscheid gemaakt naar het percentage duurzame energie van de leverancier. Als de consumenten- of zakelijke klanten een keus hebben, dan wordt de duurzamere energie goedkoper, en omgekeerd.

Burgers: duursaam

Dit Plan raakt de burgers van Nederland straks allemaal. Maar we kunnen er ook allemaal aan meedoen, en ons voordeel meedoen. Van groene daken, samen pakjes laten bezorgen, of beter nog: pakjes ophalen, meer groen in de tuin tot duurzame richtlijnen voor alle nieuwe huizen en kantoren. En nog meer zelf energie opwekken in huizen en kantoren. Een voorbeeld: voetbalverenigingen kunnen punten krijgen voor duurzaamheid en goed voedsel, en dan voor een lager tarief of met een garantiestelling lenen voor een nieuw clubgebouw.

Bedrijven

En we gaan dit waar mogelijk doen met Nederlandse ondernemingen die hofleverancier van het Klimaatplan worden. Een voorbeeld: we zijn trots op onze veeteeltbedrijven en juichen hun investeringen in uitbreiding toe. We gaan hen daarbij een aantrekkelijk perspectief bieden, in ruil voor een voor iedereen optimale plek en zoveel mogelijk duurzaamheid. En daarmee kunnen zij de transitie maken naar duurzame veeteelt, gesteund door burgers en overheid. Wij eten hun karbonades, maar over 5 jaar zijn die wel allemaal duurzaam geproduceerd en biologisch.

Versnellen

Wij vinden dat de omslag naar een duurzame samenleving veel krachtiger en sneller met meer draagvlak moet worden opgepakt. Het Klimaatakkoord is helaas iets van de Polder gebleven, en blijft nu een eigen agenda gehad te hebben (bijv. geen kernenergie) en de lasten worden verdeeld over iedereen behalve de grote bedrijven. Daarnaast is er geen enkele poging gedaan om er burgers bij te betrekken.

Er komt wat Groen Rechts betreft een Deltaplan Duurzaamheid. Een goed plan legt het einddoel vast, maar ook de tussendoelen, en het zal aantrekkelijk moeten zijn om die doelen te halen of er zelfs overheen te gaan, en onaantrekkelijk om ze niet te halen. Het gaat daarbij niet om losse plannen voor biodiversiteit, stikstof- en fosforaanpak of milieu of water want die leiden tot een fragmentarisch resultaat, en daarmee tot concurrentie tussen doelen en opvattingen, en dat is ook al gebeurd.

Het gaat om de combinatie. Alleen een structurele benadering van alle opgaven samen kan helpen werkelijke keuzes te maken. Dit helpt ook om in alle openheid keuzes te maken waarbij soms de ene groep ‘wint’ en de andere keer de andere groep.

Daarnaast heeft de hieronder geschetste ‘herverkaveling’ zoveel consequenties dat ook daarvoor een goed overkoepelend plan nodig is.

Het opstellen en uitvoeren van dit plan zal een van de hoofdtaken van de door ons voorgestelde ministers van Duurzaamheid en van Ruimte moeten worden.

Deltaplan Duurzaamheid

Er zal een dus nieuw plan moeten komen, waarin wordt samen gewerkt door burgers, bedrijven en organisaties en de overheid.  En dat plan moet leveren: overzicht, samenhang, prioritering en verantwoording zijn de pijlers, met daarbij vooral duidelijkheid op de lange termijn. Het biedt helderheid en zekerheid waardoor burgers weten waar ze aan toe zijn en bedrijven hoe zij hun business kunnen aanpassen.

En dat gaan we dus samen doen. Ons plan is dus niet subsidies voor grote bedrijven en wat CO2 maatregelen. Het is samenwerken van burgers met Nederlandse bedrijven en organisaties om Nederland weer toekomst-vast te maken.

Het Deltaplan wordt daarom een ‘programma’ met:

  • Duidelijke keuzes
    • Keuzes voor de duurzame afweging tussen de belangen van mensen, dieren en natuur &milieu
    • Uitwerking in keuzes voor bijv. energiebronnen, bestemmingsplannen e.a., waarbinnen burgers, bedrijven en organisaties kunnen investeren en deelnemen
    • Afscheid nemen van bedrijven die de Nederlandse ambities teveel in de weg zitten. Bijvoorbeeld bedrijven die extreem vervuilend zijn en te weinig toevoegen aan de maatschappij (innovatie, werkgelegenheid).
  • Samenhang
    • Samenhang brengt in alle verschillende regelingen, subsidies, initiatieven en platforms.
  • Financiering en Financiën
    • Subsidies voor duurzame maatregelen voor burgers, bedrijven en organisaties, w.o. voor technologische innovaties voor besparingen, circulaire productie en landbouw e.a.
    • Investeringen in grootschalige projecten voor ontwikkeling energiebronnen en infrastructuur
    • Ontwikkelen van de financiële randvoorwaarden voor transitie, waaronder een investeringsbank of ander investeringsvehikel. Duurzaam investeren en financieren wordt aantrekkelijker gemaakt; het omgekeerde onaantrekkelijk.
  • Transparantie en juridische kaders
    • Transparantie over al het voorgaande, w.o. duurzame resultaten van bedrijven, voortgang van programma’s, klimaat-efficiency van nieuwe technieken e.a.
    • Hiervoor komen er o.a. rapportages en verplichte (addenda bij) jaarverslagen van bedrijven en organisaties over hun duurzame maatregelen en het effect ervan voor mens, dier, natuur & milieu.
    • Ontwikkelen van juridische kaders, wetten, op alle niveaus, met doelstellingen en normen die over regeringsperioden heen moeten worden nageleefd.
    • Dit is inclusief wetgeving voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen met daarbij een verplichte rapportage over de stappen die zijn gedaan om schade aan mensen, dieren en milieu in hun ketens te voorkomen, te beperken en te herstellen waar nodig (NB: dieren zijn nu nog niet in initiatiefnota voor die wetgeving opgenomen – IMVO https://idvo.org/, maar wij stellen voor dat wel te doen)
  • Samen
    • Kennisplatform voor delen van aanpak, hoe draagvlak te bereiken, wat werkt en wat werkt niet, burgerinitiatieven e.a.

Bronnen en reacties

Bronnen

Dit is ons concept Deltaplan Duurzaamheid. Bij ons Programma gaat het om het op korte termijn vaststellen van onze ideeën. We hebben vrijelijk geleend uit de websites van Milieucentraal, Wikipedia, samenvattingen van het Klimaatakkoord, reacties daarop, publicaties van de heer Bezemer in De Groene, het plan Fresco/Veerman voor een agrarische hoofdstructuur, en de New Deal met de boeren (College van Rijksadviseurs – Berno Strootman), Wikipedia Duurzame landbouw, Biologische landbouw, Kringlooplandbouw, VEH artikelen over energiebronnen, en documenten en berichten over het Klimaatakkoord en de maatregelen van de regering.

We willen de auteurs van bovengenoemde publicaties niet te kort doen, maar hebben er voor gekozen om niet bij elk citaat te verwijzen naar een specifieke bron. De teksten die we overgenomen hebben zijn daarnaast voor onze rekening in de zin dat wij verantwoordelijk zijn voor het gebruik en de, mogelijk foutieve, vertaling naar ons Programma.

Reacties

Het is geschreven door gewone burgers die vinden dat het niet snel genoeg gaat met de overgang naar een duurzame samenleving. We zijn nog geen specialisten in duurzaamheid, brandstoffen, energieopwekking, dierenrechten of natuurgebieden etcetera. En daarom: heeft u opmerkingen of correcties: uw reactie via ons contactformulier zijn meer dan welkom!

Drijvende zelfvoorzienende stad

Drijvende zelfvoorzienende stad

Groen Rechts is ondernemend, toekomstgericht en pragmatisch. Innovatie staat daarom bij ons hoog in het vaandel. En dus

  • gaan we een drijvende stad bouwen, die volledig zelfvoorzienend is
  • een afspiegeling van de Nederlandse bevolking
  • de nieuwste duurzame technieken kunnen daar worden ontwikkeld en toegepast
  • een prachtig exportproduct voor Nederland
  • en … een goede bijdrage aan onderzoek voor leven op het water of in de ruimte
  • eerst één stad, en dan nog één, en nog één ….

Waarom?

De zeespiegel gaat stijgen en er overal op de wereld groepen mensen zullen komen die of in hoger gelegen gebieden moeten gaan wonen, of op het water.

En dus gaat Nederland …

Zo’n stad ontwikkelen, zelfvoorzienend. Een prachtig innovatieproject is waar we veel van kunnen leren (en die kennis exporteren). En het is een echt Hollands project is, waar we dan trots op kunnen zijn. We zetten geen mensen op de maan, maar bouwen wel een complete drijvende stad op zee!