Corona-aanpak

Corona aanpak

Corona - leeg ziekenhuisbed | Groen RechtsSamenvatting

  • De aanpak van de Nederlandse regering kenmerkt zich door hard werken en goede intenties. Helaas is Nederland niet het land dat er internationaal om bekend staat dat we deze crisis goed aanpakken. Regelmatig zelfs integendeel. En ook het percentage doden per miljoen inwoners laat een triest hoog percentage zien.
  • De maatregelen op economisch gebied zijn de positieve uitzondering. Natuurlijk is het wel zo dat een betere virus-aanpak een deel van die economische maatregelen overbodig zou hebben gemaakt. Ook is de uitvoering van steunmaatregelen aan KLM e.a. kritisch beoordeeld door de Rekenkamer, o.a. omdat er niet geleerd is van de lessen uit de financiele crisis. En dat heeft onnodig geld gekost.
  • Algemeen gezegd heeft de Nederlandse aanpak steeds tot gevolg gehad dat het virus sneller was dan de regering (gevoed door het OMT). In het algemeen kwam, en komt, dat door een mix van te laat, te voorzichtig, te weinig en onvoldoende kwaliteit van de uitvoering. In het algemeen is dit het gevolg van de polder aanpak en het op afstand zetten van de ‘uitvoering’ door Rutte.
  • Voorafgaand aan een volgende pandemie gaan wij erop aandringen dat de Nederlandse regering, de zorg en producenten van medische apparaten, hulpmiddelen en beschermingsmiddelen zich verregaand gaan voorbereiden. Die voorbereidingen worden hieronder besproken.
  • Bij een volgende pandemie gaan wij meewerken om te zorgen dat we een regering en OMT hebben die bereid zijn
    1. vooruit te werken (ook als een specifieke dreiging nog niet bewaarheid is of wetgeving nog niet nodig is, toch doen),
    2. parallel te werken (verschillende trajecten tegelijkertijd te laten lopen en niet na elkaar),
    3. sneller te besluiten; dit kan door de polder-aanpak te vervangen door snelle afstemming en besluiten nemen wanneer dat kan. Dat betekent dat de ‘not invented here’ aanpak van het RIVM tijdelijk vervangen zal moeten worden door bescheiden leren van meer succesvolle buurlanden (‘als zij het zeggen, dan zal het voorlopig wel goed zijn’),
    4. impopulaire maatregelen te nemen (zo is er tot een intelligente lockdown besloten niet om epidemiologische redenen maar omdat ‘het Nederlandse volk nog niet klaar voor was’ voor een zwaardere lockdown,
    5. te werken met ‘scenario management’, waarbij maatregelen worden genomen voor als het meezit, maar ook als het tegenzit,
    6. tussentijds te evalueren, daarvan te leren en dat meteen toe te passen. Zo is tot nu toe vastgehouden aan een communicatie-aanpak op basis van ‘we zijn allemaal volwassen’, terwijl al heel lang duidelijk is dat die onvoldoende werkt. En aan de positieve kant te experimenteren met het openen van bijvoorbeeld grote restaurants of bepaalde sectoren in het bedrijfsleven,
    7. situationeel te communiceren, d.w.z. de communicatie inhoud, vormgeving en stijl aan te passen aan de het doel en de doelgroep.
  • Om zoveel mogelijk van de pandemie te leren zal een onpartijdige, wetenschappelijke, evaluatie nodig zijn van het hele traject.
    • Het gaat om een evaluatie met een brede minimum definitie, waardoor er geen factoren om politieke redenen worden uitgesloten die tijdens het onderzoek relevant blijken te zijn.
    • De scope betreft alles van de situatie voorafgaand aan de pandemie, de verspreiding van het virus en alle maatregelen die er genomen zijn, en van medische maatregelen en de communicatie, tot de manier waarop het traject democratisch verlopen is. En dit alles ook in vergelijking met het buitenland.

Inleiding

Vele regeringen, instellingen en mensen over de hele wereld worstelen met de corona aanpak. De afweging tussen de belangen van corona-zieken en andere zieken, tussen corona-zieken en de economie en tussen corona-zieken en onze (grondwettelijke) vrijheden zijn stuk voor stuk lastig.

Helaas is het niet zo dat Nederland, of onze regering of Rutte buiten Nederland worden genoemd als voorbeeld van landen of leiders die het goed hebben gedaan. Natuurlijk hebben zij hard gewerkt en hun best gedaan, maar Nederland is niet het schoolvoorbeeld voor andere landen.

Maar … in plaats van alleen maar kritiek te leveren, willen wij vooral suggesties aandragen voor hoe het beter kan. Daarom bespreken wij hier:

  • een korte evaluatie
  • hoe we een volgende pandemie zouden kunnen voorbereiden,
  • hoe wij voorstellen om met een volgende pandemie om te gaan.

NB: in een volgende update bespreken we ook waarom het juist in Nederland waarschijnlijk zo gegaan is als het gegaan is en een (chronologisch) overzicht hoe het verlopen is.

Een griepje?

NB: waar we niet op ingaan is de hele discussie rondom de vraag in hoeverre het virus serieus genomen moet worden omdat het eigenlijk niet meer dan een griep virus is e.d. Er is een virus, en het heeft direct en indirect veel zieken en doden tot gevolg; dat is ons uitgangspunt. Wel is er veel meer open discussie en evaluatie nodig over de gevolgen van epidemiologische keuzes voor de andere medische zorg, de economie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen. De dominante afweging blijft steeds of de primaire zorg het aankan, en dat doet een land als Nederland te kort. Ook heeft het waarschijnlijk onnodige schade tot gevolg. NB: zie verder bij Voorbereidingen de noodzaak tot een onpartijdige evaluatie.

Evaluatie: hard gewerkt, maar …

Nederland, onze regering en Rutte

Helaas is het niet zo dat Nederland, of onze regering of Rutte buiten Nederland worden genoemd als voorbeeld van landen of leiders die het goed hebben gedaan. Natuurlijk hebben zij hard gewerkt en hun best gedaan. Echter, de grote voorbeelden zijn eerder Merkel, of Ahern van Nieuw-Zeeland die snel vergaande beslissingen durven te nemen en nieuwe kansen (zoals vaccineren) op tijd en goed voorbereiden. En daarmee de menselijke en economische schade verkleinen.

Corona in Nederland lijkt door onze regering te worden gezien als een bestuurlijk probleem, waarbij alle politieke risico’s steeds weer moeten worden uitgesloten door veel overleg en adviezen. Iets voor de zekerheid vast invoeren, ook als nog niet helemaal duidelijk is of het bewezen of besloten gaat worden, is niet aan de orde. Iets anders wat opvalt, is dat er nauwelijks vooruit of parallel wordt gewerkt; bijna alles wordt volgtijdelijk uitgevoerd. De WHO en de rest van de wereld adviseren en gebruiken vanaf het begin mondkapjes; wij gaan pas wetgeving maken als het parlement akkoord is gegaan met de mondkapjes-plicht, in het najaar.

Beleid is gelukkig gecompenseerd door onze zorgmedewerkers

Veel is goed gegaan omdat zorgmedewerkers ondanks het zwakke beleid en de zwakke ondersteuning door de regering zelf over alle normale organisatorische, maar ook persoonlijke, grenzen heen samenwerking hebben gezocht en een fantastische inspanning hebben geleverd.

Vergelijking Duitsland en Denemarken

De vergelijking met andere landen is moeilijk vanwege allerlei factoren als aantal IC-bedden, dichtbevolktheid, omgaan met al dan niet behandelen van patiënten in hun laatste levensfase, samenstelling van de bevolking, cultuur (meer of minder gezinnen met verschillende generaties), mate waarin sterfgevallen echt aan corona kunnen worden toegewezen, e.a. Als we kijken naar wat de corona-sites van Volkskrant e.d. als een goede indicator beschouwen, dan kom je al gauw op het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners.

Corona - sterfte per miljoen inwoners op 14 december | Groen Rechts

(c) Volkskrant – selectie op corona pagina

En als we deze grafiek bekijken, dan doen wij (19-12: 607 per milj. inw) het dus in vergelijking met Duitsland (19-12: 307 per milj. inw) en Denemarken (19-12: 174 per milj. inw) niet goed. We hebben minstens tweemaal zoveel sterfgevallen als Duitsland.

NB: we gaan hier uit van de cijfers van de Volkskrant en hun bron het Johns Hopkins instituut. Discussies in zogenaamde andere ‘werkelijke aantallen’ etc. vinden we niet interessant, o.a. omdat we ervan uitgaan dat die getallen bij andere landen dan ook wel of niet ter discussie staan of volgens sommigen vervalst zijn etc. Het gaat er gewoon om dat Nederland al vanaf het begin in de top 10, 20 of 30 staat, terwijl bijvoorbeeld Duitsland een stuk lager staat en het dus, als puntje bij paaltje doet, verhoudingsgewijs veel minder doden heeft te betreuren dan wij.

Samenvatting

Als we het net zo goed als Duitsland hadden gedaan dan waren er duizenden mensen minder overleden. En dat is de verantwoordelijkheid van Rutte en De Jonge, daarbij gesteund door de rest van het kabinet. De Jonge is niet in staat gebleken zo’n crisis goed aan te kunnen. Rutte heeft zich steeds verscholen achter het OMT (dat daarom ‘heilig’ verklaard werd), maar hij is gewoon verantwoordelijk. Hij bleef en blijft de specifieke verantwoordelijkheden bij de vakministers neerleggen, en hij liet hen dus doormodderen. Toen dat niet werkte, en dat was in april en mei al duidelijk, had hij moeten ingrijpen en dat heeft hij niet gedaan. Vergelijk ook de Toeslagen-affaire.

Andere schade

Naast de directe schade voor de corona-patiënten en hun families, is er de schade door

  • uitgestelde zorg of zorg die van lagere kwaliteit was of meer risicovol door de gevaarlijke omgeving in de ziekenhuizen en andere zorgstelling’;
  • economische schade, korte en lange termijn;
  • psychologische schade, korte en lange termijn
  • maatschappelijke schade, door ook hier versterking van de verschillen (net als bij de racisme en integratie debatten)

Wat te doen bij een volgende pandemie?

Dit bestaat uit twee delen: a) wat zouden wij voorbereiden voor een volgende pandemie, en b) wat zouden we anders doen tijdens die pandemie?

Voorbereiding

  • Evaluatie: een niet-politieke evaluatie uitvoeren, met zoveel mogelijk benchmarking met andere landen, en binnen Nederland tussen regio’s en gemeenten. Belangrijk onderdeel is de evaluatie van de uitwerking van de maatregelen op de belangen van corona-zieken en andere zieken, tussen corona-zieken en de economie en tussen corona-zieken en onze (grondwettelijke) vrijheden. Een ander belangrijk onderdeel is voordelen en nadelen van maatregelen ‘voor het geval dat’ dan wel ‘bewezen’.
  • Crisis-organisatie: een crisis-organisatie inrichten, geleid door premier en 2 ministers, die bij een volgende crisis de leiding heeft. Ministeries, regio’s, gemeenten opereren binnen de richtlijnen en adviezen van die crisis organisatie. De crisisorganisatie bestaat vooral uit crisismanagers. Uit het overleg met een OMT of andere tijdelijke organen komt de input voor hun beslissingen;
  • Outbreak Management Team: een OMT inrichten dat is samengesteld uit alle benodigde specialisten op gebieden als crisisbeheersing, zorg, economie, communicatie, ethiek, (massa-)psychologie e.a.. De medici en virologen kunnen daarbij een groter eigen overleg inrichten waarvan drie vertegenwoordigers in het nieuwe OMT komen;
  • Zorg organisaties – zorg fragmentatie en decentralisatie: de werking en samenwerking van de GGD’s, de huisartsen en andere betrokken organisaties en hun inrichting (regio’s, software, bestuursvormen e.a.) evalueren en verbeteren. Nu is veel goed gegaan door zorgmedewerkers die over de normale grenzen heen samenwerking hebben gezocht … Ook zonder een pandemie zou de zorg gebaat zijn bij minder ‘verpoldering’ en duidelijker indeling, waarbij samenwerking, veilige uitwisseling van data en kwaliteit de basis is.  Centralisatie van een deel van de besluitvorming, zeker in crisistijden, kan nodig zijn. Het eindresultaat zal moeten zijn dat we sneller kunnen reageren dan het virus. Zo simpel is het.
  • Zorg tegenstem: schijnbaar in tegenstrijd met het vorige punt zal de zorg weerbaarder moeten worden in hun taak om op basis van een medische en psychologische afweging te besluiten over de zorg. Nu kon VWS een lockdown afkondigen die ook op de zorg van grote invloed was. Een volgende keer zal de zorg zelf moeten kunnen besluiten hoe zij de benodigde kwaliteit voor de hele Nederlandse bevolking kan leveren; d.w.z. ook voor niet-corona zorg. En ook daarvoor is een minder gefragmenteerde zorg noodzakelijk.
  • Routekaart: een routekaart maken op basis van een evaluatie van de aanpak in Nederland en vergelijkbare landen, input van de WHO etc. en daar ook naar handelen door uitvoeren, evalueren, aanpassen (Plan-Do-Check-Act)
  • Ethiek: ethische discussies voeren, waarin medische, economische, psychologische en andere factoren transparant worden meegewogen. En dan een besluit nemen over lockdowns waar bijv. ouderen beschermd worden en jongeren en werknemers zoveel mogelijk hun gang kunnen gaan, of restaurants open zijn, maar cafés niet, of sneltests verplicht zijn in openbare ruimtes en werkplekken e.a.
  • Draaiboek zorg: een draaiboek maken voor het volledig ophouden van de zorg in Nederland en het toewijzen van een aantal ziekenhuizen per regio die zich uitsluitend met corona patiënten zullen bezighouden, waar nodig aangevuld met militaire ziekenhuizen of inzet van militairen. Als deze vol zijn, dan zal (dus eerder) ondersteuning door buurlanden moeten worden gevraagd voor met name de corona-patiënten. De zorg in de andere ziekenhuizen kan dan doorgang vinden;
  • Zorg capaciteit: apparatuur inkopen en mensen opleiden waardoor we (ook) in crisissituatie door virussen of andere bedreigingen onze capaciteit snel kunnen uitbreiden
  • Productie in Nederland: een lijst maken van alle bedrijven in Nederland die de productie van beschermingsmiddelen, apparatuur, testapparatuur en grondstoffen, vaccin-ingrediënten en medicijnen kunnen opschalen en/of overnemen, en daar afspraken mee maken. Waar nodig daar al aanbestedingen mee doen die tweejaarlijks worden geüpdatet;
  • Besluitvorming – transparant en data gestuurd: transparante besluitvorming inrichten met heldere cijfers; in alle openheid vastleggen welke factoren van belang zijn, inclusief hun weging. Nu hebben factoren meegespeeld als eigen ideeën over onze volksaard, of inschatting van de populariteit van maatregelen door raadplegen van social media als Twitter, naderende verkiezingen e.d.
  • Instituten als het RIVM worden losgemaakt van de regering: vanuit de wens om het democratische proces te beheersen, worden instituten als het RIVM ‘gestimuleerd’ om de juiste informatie aan te leveren of adviezen te geven. Dit gebeurde hiervoor al bijv. de luchtvaart. Bij de coronacrisis is dat bijvoorbeeld in de beginfase gebeurd, zodat medewerkers in de ouderenzorg geen beschermingsmiddelen kregen op advies van het RIVM, terwijl achteraf bleek dat dat was omdat er domweg niet voldoende beschermingsmiddelen waren. Toen is er dus een praktische keus gemaakt, die epidemiologisch is verantwoord. Deze keus had VWS moeten maken en communiceren, en alleen maar op basis van die beschikbaarheid. En deze keus heeft vele doden tot gevolg gehad.
  • Data: big data dashboard daarvoor inrichten met betrouwbare gegevensstromen van alle benodigde informatieleveranciers, elke dag van de week. De informatieleveranciers krijgen daarvoor een wettelijke en dagelijkse informatie-leverplicht. De knulligheid door in vakanties of in het weekend niet aangeleverde gegevens en schattingen door ICT-problemen zou niet nodig voorkomen in een land als Nederland;
  • Communicatie: inrichten op alle niveaus van geletterdheid en culturele achtergronden van de Nederlandse bevolking, in de verschillende talen maar ook beeldtalen. De communicatie permanent evalueren en waar nodig specifieke communicatie acties uitvoeren, discussies aangaan, doelgroepen benaderen etc. Juist ook de tegenstemmen zullen serieus genomen moeten worden.
  • Locaties: test- en vaccinlocaties voorbereiden en procedures uitwerken en oefenen.
  • Ventilatie-systemen: verbeteren in alle instellingen voor zorg, ouderen, scholen en andere intensief gebruikte locaties o.b.v. van een wettelijk vastgesteld minimum kwaliteit.
  • Preventie: meer doen aan preventie met programma’s voor bestrijden van obesitas, luchtkwaliteit verbeteren, meer bewegen en gratis fruit en groente op scholen, lagere of geen BTW voor gezond voedsel e.a.
  • Wetgeving ontwikkelen voor crisissituaties: in alle rust wetgeving ontwikkelen voor crisismaatregelen.
  • Parlementaire democratie: wetten aannemen om te zorgen dat regering en parlement hun grondwettelijke rol spelen, waaronder voldoende afstand houden om kritisch het beleid te volgen (ook het parlement heeft niet ingegrepen toen het virus rondwaarde in de verpleeghuizen). Een toetsing aan de Grondwet zal wat Groen Rechts betreft sowieso standaard moeten worden.
  • Journalistiek: voor zover mogelijk, en nodig, kritisch onderzoek door journalistiek stimuleren. Helaas zijn zij in het voorjaar al snel vervallen in een kritiekloze houding die tot nu toe in zekere mate nog voortduurt (journalisten hebben bijvoorbeeld laten doorschemeren dat zij bij de persconferenties geen lastige vragen durven te stellen). In combinatie met de houding van het parlement betekent dat dat het Nederlandse volk onvoldoende vertegenwoordigd en beschermd werd.

Tijdens een volgende pandemie

Een ding is duidelijk: na boven genoemde voorbereidingen moet een regering, het crisismanagement en de zorg in staat zijn om sneller te reageren dan het virus. Bij een volgende pandemie hopen wij daarom dat we een regering en OMT hebben die bereid en in staat zijn tot het volgende:

Vooruit werken

Vooruit te werken betekent een vaccinatie voorbereiden op het moment dat het virus zich serieus verspreidt. Dus vooruitwerken ook als een specifieke dreiging nog niet bewaarheid is of wetgeving nog niet nodig is of een vaccin nog niet ontwikkeld is.

Parallel werken

Parallel werken, door verschillende trajecten tegelijkertijd te laten lopen en niet na elkaar.

Snelle besluiten

Sneller te besluiten; dit kan door ‘besluiten na eigen onderzoek’ (de ‘not invented here’ aanpak van het RIVM) te vervangen door ‘als zij het zeggen, bijv. Duitsland, zal het voorlopig wel goed zijn’. Ook het ijzeren ritme van de dinsdagen en de persconferenties heeft het virus in de kaart gespeeld.

Impopulaire maatregelen

Impopulaire maatregelen nemen. Zo is er tot een intelligente lockdown besloten niet om epidemiologische redenen maar omdat ‘het Nederlandse volk nog niet klaar voor was’ voor een zwaardere lockdown. Dit past bij de andere besluiten van de laatste kabinetten.

Scenario management of het zekere voor het onzekere nemen

Ook bij een volgende pandemie zullen er veel onzekerheden zijn. Het is beter om liever te vroeg of teveel bedden te regelen, tests in te kopen of mensen op te leiden, dan achteraf te merken dat er te laat, te weinig etc. Te werken met ‘scenario management’, waarbij maatregelen worden genomen voor als het meezit, maar ook als het tegenzit;

Evalueren, experimenteren, maatwerk, evalueren …

Tussentijds evalueren, daarvan leren en dat meteen toepassen (zoals bijv. bij de communicatie-aanpak op basis van ‘we zijn allemaal volwassen’ die al heel lang niet werkt). En daar hoort ook bij om de adviezen van een OMT te toetsen aan het WHO en internationale medische gemeenschap.  Of te experimenteren met het openen van bijvoorbeeld grote restaurants of bepaalde sectoren in het bedrijfsleven.

Alles doen wat nodig is – whatever it takes

Gewoon doen wat nodig is, en je dan daarna bijv. afvragen of er aanbestedingsregels  overschreden zijn. En als dat nodig is, en een minister overtreedt de regels , dan deze laten aftreden om bij te dragen aan de boodschap dat de regels niet mogen worden overtreden.

Situationeel communiceren

Situationeel communiceren, d.w.z. de communicatie inhoud, vormgeving en stijl aan te passen aan de het doel en de doelgroep.

Koningshuis

Koningshuis

Wij zijn voor het Koningshuis

  • Koninklijk huis heeft belangrijke verbindende rol in Nederland; en dat is veel waard
  • En ook hier geldt (net als met EU, duurzaamheid e.a.): als je ervoor gaat, blijf dan niet zeuren over het geld
  • Schimmige begrotingen met allerlei potjes leiden tot terugkerende beschamende discussies. Als Rutte na 8 jaar (in 2018) nog steeds zegt dat het allemaal heel complex is, dan neemt hij de Koning en ons niet serieus
  • Er moet 1 begroting komen, voor alle kosten, onder Algemene Zaken
  • Verder net als alle burgers en bedrijven ook hier geen uitzonderingen voor belastingen, jacht etc.

Open data voor iedereen

Transparantie: open data voor iedereen

Open data is informatie die op een open en voor software leesbare manier is opgesteld en op het internet is gepubliceerd, en die zoveel mogelijk zonder beperkingen kan worden hergebruikt. Alles hangt daarbij natuurlijk af van de kwaliteit en de consistentie van de informatie (zijn alle velden op de juiste manier gevuld, worden er standaarden gebruikt, bijv. voor plaatsnamen etc.).

Groen Rechts vindt dat alle partijen in de publieke sector zo snel mogelijk goede open data en ‘open documenten’ ter beschikking moeten stellen. Dit geldt naast ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, bestuursorganen, CBS, CPB, WRR etc. ook voor musea, zorgverzekeraars e.a.

De mate waarin hieraan wordt voldaan zal een belangrijk criterium moeten worden bij financiering, subsidies e.a. Wij hechten hier zoveel waarde aan omdat het met publieke middelen verkregen informatie betreft die een nog nauwelijks voorstelbare maatschappelijke en economische waarde heeft.

Daarnaast dient het de vergaande transparantie die wat Groen Rechts betreft een belangrijk middel is om het vertrouwen in de overheid en haar functioneren te herstellen.

Wat is open data?

Open data is informatie die op een open en voor software leesbare manier is opgesteld en op het internet is gepubliceerd, en die zoveel mogelijk zonder beperkingen kan worden hergebruikt. Alles hangt daarbij natuurlijk af van de kwaliteit en de consistentie van de informatie (zijn alle velden op de juiste manier gevuld, worden er standaarden gebruikt, bijv. voor plaatsnamen etc.).  Zie verder hieronder voor toelichtingen op Open Data en Bestuur en Open data.

Open Data verwerken vereist meestal technische kennis van bestandsformaten, data etc., maar met behulp van open data kunnen apps en andere programma’s worden gemaakt die een grote waarde kunnen hebben voor de maatschappij. Een goed voorbeeld is Buienradar (met open data van het KNMI).

Wat is het niet: Big Data

Bij Big Data gaat het niet om open data of niet. Bij Big Data gaat het om de hoeveelheid. Volgens WikipediaMen spreekt van big data wanneer men werkt met een of meer datasets die te groot zijn om met reguliere databasemanagementsystemen onderhouden te worden. (Ons standpunt over Big Data)

Open data: van verplicht naar normaal

Nederland is al een eindje op weg met ‘open data’. Het gaat alleen te langzaam. Groen Rechts vindt dat de overheid maar ook alle andere partijen in de publieke sector op 31 december 2018 de (nog af te spreken) selectie van open data ter beschikking moeten stellen, conform de afgesproken kwaliteit (bij voorkeur vanaf ****; zie hieronder). Elk jaar daarna zullen de eisen hoger worden. De mate waarin hieraan wordt voldaan wordt een belangrijk criterium bij financiering, subsidies e.a. Wij hechten hier veel waarde aan omdat het met publieke middelen verkregen informatie betreft.

Waar mogelijk zullen er per sector afspraken gemaakt worden, bijv. onder regie van het NEN, om te zorgen dat de data optimaal te gebruiken en te koppelen is door gemeenschappelijk gebruik van metadata-standaarden.

Open data en bedrijven en organisaties

Ook voor bedrijven en organisaties zijn open data een belangrijke bron van informatie voor alles van strategische besluitvorming tot belading van vrachtschepen in de binnenvaart. Met de genoemde afspraken per sector kan er, anoniem, getoetst worden hoe de eigen organisatie het doet t.o.v. vergelijkbare organisaties. In de ontwikkelingssamenwerking zijn hiervoor stappen gezet, maar ook hier kan het sneller.

Open data en bestuur

Digitale transparantie is een vereiste voor de moderne democratie en rechtsstaat. Het versterkt de informatiepositie van inwoners, journalisten en belangenorganisaties, en zelfs die van ambtenaren en politici. Overheden en politici kunnen hiermee verantwoordelijk gehouden worden en het verbetert besluitvormingsprocessen. Dit zorgt voor een effectievere en efficiëntere overheid.

Open Data

Van gemeenten tot intergouvernementele organisaties: alle overheden en politieke organisaties produceren, verzamelen en archiveren informatie. Informatie zoals notulen van volksvertegenwoordigende organen, wetten, stemresultaten, verkiezingsuitslagen, financiën, aanbestedingen, inkoopdata en nevenfuncties van overheidsfunctionarissen. Het vrijgeven van deze informatie als open data brengt innovatie naar de wereld van politiek en bestuur.

Hergebruik

Met deze open data kunnen toepassingen gemaakt worden die overheidsfinanciën en beleid monitoren en volgen. Het stelt beleidsmakers, belangenorganisaties, journalisten en inwoners in staat om te analyseren, benchmarken, fact-checken, monitoren, discussiëren, bij te dragen en te informeren. Dit maakt open overheidsdata het fundament voor innovatieve manieren van samenwerking, participatie en interventie op het vlak van politiek en bestuur.

Toelichting: wat is ‘Open Data’?

Introductie

(citaat van Wikipedia)

Open data is een term die wordt gebruikt om vrij beschikbare informatie aan te duiden. De voorwaarden waaronder deze informatie beschikbaar is wordt beschreven in licenties en gebruiksvoorwaarden. Bij open data wordt er wel naar gestreefd om de beperkingen in hergebruik tot een minimum te beperken. ….. De overheid hanteert de volgende definitie voor open data:

  • Compleet: alle openbare data en informatie
  • Primair: brongegevens, niet geaggregeerd
  • Tijdig: zo snel als kan, om nu te behouden
  • Toegankelijk: voor iedereen, voor elk legaal gebruik, zonder (fin.) drempels
  • Machine leesbaar: voor automatische verwerking
  • Non-discriminatoir: zonder opgaaf v. reden, zonder registratie
  • Open standaarden: zodat het format geen drempel is
  • Open licentie: geen beperking o.b.v. auteurswet, databankenwet, of geheimhouding

Verschillende overheden hebben al een register opgestart met verwijzingen naar open data. 

Linked Open Data: vijfsterrenmodel

Om partijen die open data publiceren te stimuleren om hun data in een zo herbruikbaar mogelijk formaat beschikbaar te stellen, heeft Tim Berners-Lee een vijfsterrenmodel voorgesteld. Hierbij worden de volgende sterren toegekend:

  • * De informatie is beschikbaar op het internet, in welk formaat dan ook.
  • ** De informatie is online beschikbaar in een gestructureerd formaat, dat geschikt is voor automatisch hergebruik (zoals Excel in plaats van een plaatje van een tabel).
  • *** De informatie is online beschikbaar in een open bestandsformaat (zoals CSV in plaats van Excel).
  • **** Al het bovenstaande, en bovendien wordt gebruikgemaakt van de open standaarden Resource Description Framework (RDF) en SPARQL, zodat anderen makkelijk naar de dataobjecten kunnen verwijzen.
  • ***** Al het bovenstaande, en bovendien wordt er naar data van anderen verwezen voor meer context van de data.

Linked Open Data (LOD) is ook een community project dat onder toezicht staat van de W3C-organisatie. Linked Open Data (vijf sterren) is het essentiële onderdeel van het Semantisch Web. Tegenwoordig spreekt men vaak ook over Linked data als het gaat over vrij beschikbare informatie op internet.

Toepassingen open data: Buienradar

Door het combineren van opengestelde data en publiceren via bijvoorbeeld een mobiele of web toepassing, kan deze gebruikt worden door burgers. Op deze manier geeft open data waarde terug aan de samenleving. Er zijn vele voorbeelden van het hergebruik van Open Data, zoals bijvoorbeeld Buienradar die gebruikmaakt van data van het KNMI. Ook op het gebied van veiligheid is er data beschikbaar, denk hierbij aan P2000 meldingen en aantallen aangiften. Deze data kan worden gebruikt om inzicht te bieden in de veiligheid van een bepaald gebied.

Bestuur – overheid efficiënter en klantvriendelijker

Bestuur: functioneren overheid kan efficiënter en klantvriendelijker

Het traject van de corona-app is niet bepaald een schoolvoorbeeld. Het laatste deel van het traject, met veel openheid en input van externen, is dat kennelijk wel. Dit traject, maar ook de vele kostbare fout gelopen IT projecten zijn voorbeelden van een overheid die efficiënter kan en moet functioneren, al was het maar omdat het om ons belastinggeld gaat.
Maar niet alleen de eenmalige projecten, maar ook de diensten kunnen efficiënter. De digitale overheid en andere publieke instellingen zijn nu nog teveel gericht op de eigen processen per instelling, ministerie, subsidiegever e.a. Dezelfde gegevens moeten  keer op keer worden aangeleverd, vaak per instelling weer net anders. De Toeslagenaffaire heeft laten zien dat het zelfs bij 1 instelling voor de burger een drama kan zijn, omdat basisprincipes als het goed beschrijven en bewaren van informatie al niet kunnen worden nageleefd. 

De eigen voordelen per instelling, zoals kostenbesparing door efficiency, wegen nu nog te zwaar. Die situatie moet worden omgedraaid, waarbij het uitgangspunt is dat de overheid het de burger, het bedrijf of de organisatie zo makkelijk mogelijk maakt. En bij voorkeur komt de overheid informatie (op een veilige manier) halen, en verplicht niet de burger de informatie te komen brengen. 

Er zullen daarom versneld portals moeten komen waar burgers, bedrijven en organisaties éénmalig hun informatie aanleveren en daarop bijwerken. De betreffende subsidiegever kan dan alleen de specifieke informatie opvragen die echt noodzakelijk is. 

Ook kunnen zij toegang geven aan instellingen om hun informatie daar automatisch aan te leveren of bij te houden. Mijnbelastingdienst.nl en Mijnpensioenoverzicht.nl zijn een goed voorbeeld van de samenwerking voor het aanleveren van informatie op 1 plek. 

Overheden en andere publieke instellingen kunnen vervolgens de benodigde informatie ophalen, binnen de gewenste instellingen van privacy en concurrentiegevoeligheid. En een ander voordeel: de honderden innovatie- en subsidieloketten kunnen anoniem kandidaten zoeken en hun regeling aanbieden, in plaats van omgekeerd. Daarmee kan de overheid haar burgers en bedrijven de meeste toegevoegde waarde leveren voor de laagste mogelijke kosten. 

Klantvriendelijkheid

De Belastingdienst is ondertussen bij de meeste Nederlanders wel het voorbeeld van hoe je niet met burgers om moet gaan. Nog erger is dat het kennelijk bij de premier en ministers ook niet zo is dat het belang van de burgers voorgaat. Het eigen functioneren en indekken tegen risico’s in de Tweede Kamer lijkt prioriteit te hebben. OM te beginnen zal, wat Groen Rechts betreft, de Belastingdienst daarom de komende 4 jaar onder externe curatele gesteld moeten worden, of in ieder geval net zolang tot zij en de bewindslieden bewezen klantvriendelijker denken en handelen.

Informatie uitwisselen met de overheid, subsidie- en innovatieloketten e.a.

Nu nog een loket per instelling

De digitale overheid is nu nog teveel gericht op de eigen processen per instelling, ministerie, subsidiegever e.a. Dezelfde gegevens worden keer op keer aangeleverd, maar vaak per instelling weer net anders. De eigen voordelen per instelling, zoals kostenbesparing door efficiency, wegen nu nog te zwaar. En het aantal loketten is nog veel te hoog.

Portal voor bedrijven en organisaties

Er zal daarom een portal moeten komen voor bedrijven en organisaties waarmee zij informatie één keer opslaan en vervolgens ter beschikking stellen aan derden bij aanvragen. Overheden en andere publieke instellingen kunnen daar de informatie ophalen, binnen de gewenste instellingen van privacy en concurrentiegevoeligheid. Denk aan informatie voor vergunningen, innovatiesubsidies e.a. Andere voorbeelden zijn de verplichte instanties als CBS e.d. Een voorbeeld: de honderden innovatieloketten kunnen kandidaten zoeken en hun regeling aanbieden, in plaats van omgekeerd. Dit zal tot gevolg hebben dat de instanties meer moeten samenwerken op het gebied van standaardisatie van data, formats e.a.

Portal voor burgers

Een vergelijkbare portal zal worden ontwikkeld voor burgers, waar aanvragen, uitkeringen, subsidieaanvragen voor zonnepanelen en vergunningen kunnen worden ingediend en gevolgd. Dit is o.a. een punt in de zorg. Mantelzorgers zijn vaak wekelijks uren bezig met zaken uitzoeken, aanvragen en verantwoorden. Een dergelijke portal wordt mogelijk door andere noodzakelijke maatregelen in de zorg, zoals standaardisatie. Belangrijke functie in deze portal is de mogelijkheid om privacy- en data-rechten eenvoudig te beheren: wie mag wat zien, en wat niet. Op termijn is dit uitbreidbaar richting websites die toegang vragen tot persoonlijke gegevens.

Echte loketten blijven

Tegelijkertijd zal een redelijk minimum aan fysieke kantoren moeten gegarandeerd waar de ‘niet-digitalen’ (1,2 miljoen), maar ook bijv. buitenlanders of asielzoekers terecht kunnen. Een voorbeeld: de ‘blauwe envelop’ van de Belastingdienst zal moeten blijven zolang dat nodig is om iedereen te bereiken. De Belastingdienst wil iets van de burger, en heeft dus zelf de plicht de informatie te brengen; het is niet de plicht van de burger de informatie te halen. Dit geldt ook voor banken, ziekenhuizen e.a. instellingen. Ons voorstel is daarom om in elke woonkern of wijk of klein dorp een minimum voorziening te garanderen van bibliotheek-postkantoor-bank-zorgpost.

eGovernment uitbreiden

Wikipedia: De Verenigde Naties omschrijft e-government als een permanente betrokkenheid van overheden met het oog op het verbeteren van de relaties tussen private personen en de overheidssector door een betere, effectieve en efficiëntie dienstverlening, betere informatie en kennis. (“A permanent commitment by government to improve the relationship between the private citizen and the public sector through enhanced, cost-effective and efficient delivery of services, information and knowledge.”) De nadruk ligt hierbij op het permanent karakter van de inspanningen en op het verbeteren van de relaties tussen overheid en burger. Zoals bij zoveel beleidsterreinen is er in Nederland geen duidelijke visie op het gebied van eGovernment. Groen Rechts stelt voor om deze te ontwikkelen en uit te voeren.

Agile government ontwikkelen

Agile Govleaders: “Agile methods have been favored in private sector industries for almost a decade. More recently, governments have begun to realize that they can serve citizens more effectively by adopting agile and increasing transparency and collaboration. Involving users throughout every project, agile methods allow agencies to use tax dollars efficiently, deliver better services, and modernize legacy software with less risk. Benefits: The U.S. federal TechFAR Handbook highlights six key reasons why government should adopt agile for IT project management and development.

  • Improvement in investment manageability and budgetary feasibility
  • Reduction of overall risk
  • Frequent delivery of usable capabilities that provide value to customers more rapidly
  • Increased flexibility
  • Creation of new opportunities for small businesses
  • Greater visibility into contractor performance”.

Agile government als ‘vak’ is nog in ontwikkeling maar onze definitie is de volgende: zoveel mogelijk toegevoegde waarde leveren met zo min mogelijk inspanning en kosten conform de prioriteiten van de belanghebbenden. Die belanghebbenden zijn burgers, bedrijven en organisaties. De overheid zelf is natuurlijk ook een belanghebbende, maar vooral als organisatie die bijdraagt aan de belangen van de burgers en bedrijven die zij dient. Bij agile government ligt ook agile portfoliomanagement voor de hand, om activiteiten en projecten te prioriteren en in hun samenhang uit te voeren. Dit is ook precies wat nodig lijkt bij het huidige energiebeleid, volgens de aanbevelingen van de Rekenkamer.

++++++++++++++++++++++++++++++

NB: dit hoofdstuk moet nog worden verbeterd en aangevuld. Kunt u hieraan bijdragen? Mail ons dan naar info@partijgroenrechts.nl.

Bestuur – kwaliteit besluitvorming en transparantie

Bestuur – kwaliteit besluitvorming en transparantie

Veel besluitvorming door regering of parlement vindt plaats op partijpolitieke gronden of tactische overwegingen. Er worden door kabinet en parlement daarnaast veel specifieke maatregelen genomen die niet onderdeel zijn van een meer omvattende aanpak van een probleem. Veel specifieke maatregelen zijn reacties op berichten over incidenten in de media of zijn een klein haalbaar stukje in een veel complexere puzzel. De situatie bij de Belastingen is een voorbeeld waar dat toe kan leiden. 

Tenslotte worden er door gezaghebbende instituten gevraagd en ongevraagd rapporten uitgebracht, die zonder uitgebreide toelichting ter zijde kunnen worden geschoven als de inhoud niet bevalt. Nog erger is de houding ten opzicht van het RIVM waar niet alleen de onderzoeksmethode voor wordt bepaald, maar ook de uitkomsten tactisch worden afgestemd.

Ons voorstel is om wetsvoorstellen en andere maatregelen veel explicieter te baseren op wetenschappelijke inzichten en ervaringen, rapporten en bevindingen uit het verleden. 

Daarnaast zal in alle rapporten en adviezen precies moeten worden aangegeven welke opdrachten en tussentijdse aanwijzingen zijn gegeven en welke tekstwijzigingen precies zijn doorgevoerd op verzoek van het ministerie. 

Verder zullen alle voorstellen voorzien moeten worden van niet alleen een lobby-paragraaf maar ook een evaluatie-paragraaf.  Maatregelen zullen daarbij steeds in korte-, middellange- en lange termijn kader moeten worden geplaatst.

En tenslotte gaan wij streven naar vergaande transparantie: welke wet werkt, welke subsidie levert iets op, wie geeft relatief veel geld uit, met wie is er gelobbyd voor dit besluit? Het gaat immers om onze stem en ons belastinggeld.

Groen Rechts is van mening dat alleen met deze maatregelen de kwaliteit van de besluitvorming groter zal worden. Ook zal hierdoor het vertrouwen in de besluitvorming weer terugkomen. 

Praktijk

Van veel wetten die zijn aangenomen, ook door de Eerste Kamer, was vanaf het begin niet duidelijk wat die precies wanneer zouden opleveren. In 2016, bij de evaluatie van de besparingswetten uit 2012 is duidelijk geworden dat er van de 512 voorgenomen wetten 488 zijn uitgevoerd (dat klinkt positief), maar dat het eigenlijk niet duidelijk is wat de effecten zijn geweest. Het begrotingstekort is weliswaar gedaald, maar daar hebben ook andere factoren een rol gespeeld. Aangezien veel maatregelen directe en vaak grote effecten hebben gehad op burgers en bedrijven, zou het toch logisch zijn om te verwachten dat het meten van de effecten bij het opstellen en goedkeuren van de wet zouden zijn meegenomen.

Sinds die tijd is de situatie niet verbeterd.

Parlementaire enquêtes, rapporten en onderzoeken

Er worden parlementaire enquêtes en andere belangrijke onderzoeken gedaan bij issues met grote impact op de samenlevingen. Onze volksvertegenwoordigers hebben deze bevindingen met veel moeite weten te ontfutselen aan vaak zeer complexe dossiers. Het staat regeringen nu vrij om de moeizaam verkregen inzichten vervolgens eenvoudig terzijde te schuiven, bijvoorbeeld omdat maatregelen niet passen op partijpolitieke gronden of tactische overwegingen richting de verkiezingen. Recent is dat gebeurd met bevindingen rondom IT projecten. Dit soort enquêtes zijn kostbaar, en het kost de volksvertegenwoordigers veel tijd.

Ons voorstel is tweeledig. Er moet een veel explicietere verantwoording komen waarin punt voor punt wordt uitgelegd op welke gronden aanbevelingen (niet) worden overgenomen. Daarnaast zouden in maart 2021, bij de vorming van de nieuwe coalitie, dit soort bevindingen meteen gebruikt moeten worden als input.

Onderbouwing en toetsing

In het algemeen is het ons voorstel om wetsvoorstellen en andere maatregelen veel explicieter te baseren op wetenschappelijke inzichten en ervaringen en bevindingen uit het verleden. Daarnaast zullen alle voorstellen voorzien moeten worden niet alleen van een lobby-paragraaf maar ook van een toets-paragraaf. De maatregel is kennelijk bedoeld om een effect te bereiken. De vraag is dan: welk effect en wanneer en hoe kunnen we zien of het werkt?

Waan van de dag

Er worden door kabinet en parlement veel specifieke maatregelen genomen die niet onderdeel zijn van meer omvattende aanpak van een probleem. Zo kan het voorkomen dat maatregelen elkaar tegenwerken. Er wordt bijv. ontwikkelingshulp gegeven aan een land in Afrika dat door onze handelsbeperkingen zijn producten niet goed in Europa kan verkopen. Veel specifieke maatregelen zijn reacties op berichten over incidenten in de media. Verontwaardiging over een patiënt die buiten de boot valt leidt tot aanpassing van het systeem, maar daarmee wordt het systeem complexer en waarschijnlijk minder effectief.

‘Evidence based’ is nu niet evident

Men zou denken dat inzichten uit wetenschappelijk onderzoek maar ook ‘evidence’ uit parlementaire enquetes e.d. een sterke positie hebben in de besluitvorming bij regering en parlement. Toch worden rapporten en aanbevelingen eenvoudig opzij geschoven; deels ten gunste van de ‘inzichten’ van lobbypartijen. Daarnaast wordt er nog teveel geredeneerd vanuit wat de partij vindt en hoe de partij zich wil profileren (niet alleen in verkiezingstijd). Dit gebeurt ondanks het feit dat bijvoorbeeld uit wetenschappelijk onderzoek of een (enquête-) rapport een andere conclusie beter is.

Wij pleiten ervoor dat regering en parlement moeten verantwoorden waarom zij wat wel en wat niet van de aanbevelingen omzetten in beleid.

Van klokkenluiders naar continue verbeteren

Na een zeer lange aanloop zijn er nu eindelijk betere constructies voor klokkenluiders. Die moeten voorlopig zeker blijven. De noodzaak van deze constructies laat alleen wel zien dat de houding in betrokken organisaties nog teveel intern gericht is (geen vuile was buiten) en dat continue verbeteren nog niet vanzelfsprekend is. (Dan is immers een klokkenluider niet nodig).

Ongezonde relatie met onafhankelijke instituten

Kwalijk tenslotte is de houding t.o.v. het RIVM waar niet alleen de onderzoeksmethode voor wordt bepaald, maar ook de uitkomsten tactisch worden afgestemd. Het WODC is een eerder voorbeeld uit 2017, toen Nieuwsuur onthulde dat ambtenaren van Justitie hadden geprobeerd zich te bemoeien met wetenschappelijk onderzoek naar het Nederlandse drugsbeleid. De huidige minister van justitie Ferd Grapperhaus moest er pijnlijke conclusies over trekken, toen hij zich in 2018 in de Kamer verantwoorde. Justitie had inderdaad driemaal een ‘onbehoorlijk’ dikke vinger in de pap gehad bij onderzoek dat onafhankelijk zou moeten zijn. En hij gaf de klokkenluider een compliment, maar liet haar ook maandenlang afluisteren.

Korte-, middellange- en lange termijn

Daarnaast zouden maatregelen waar maar mogelijk altijd bekeken worden vanuit drie dimensies van korte-, middellange- en lange termijn. Toegepast op integratie en acceptatie bij autochtone en allochtone Nederlanders zou dat bijvoorbeeld zijn:

  • korte termijn – bijv. snel en hard ingrijpen bij onlusten in wijken; cameratoezicht versterken voor zolang als nodig
  • middellange termijn – buurtzorgers en observatieteams in de wijk; maatschappelijk werk; verzuimbegeleiding; actieve sollicatiebegeleiding
  • lange termijn  – alfabetisering, inburgering; kennis verspreiden over bevolkingsgroepen onderling en hun geloof en gebruiken vanaf de basisschool.

Transparantie

Vervreemding zal er altijd zijn. Beleidsmakers zullen dus altijd belastinggeld uitgeven zonder te voelen wat het echt waard is of besluiten nemen zonder te voelen wat de maatregelen voor echte burgers betekenen. Maar het kan wel zo min mogelijk. Den Haag moet kennelijk tegen zichzelf beschermd worden. We zijn niet voor landelijke referenda, maar voor ‘hyper-transparantie’. Zonder transparantie worden er ondemocratische of zelfs onwettige deals gesloten door ministeries, partijen, lobbyclubs. Goede open data wordt daarom overal verplicht. En vervolgens hypertransparantie: welke wet werkt, welke subsidie levert iets op, wie geeft relatief veel geld uit, met wie is er gelobbyd voor dit besluit? Het gaat immers om onze stem en ons belastinggeld. Alleen met transparantie kan het vertrouwen weer terugkomen.

Burgers, bedrijven, organisaties en overheden … samen

Burgers, bedrijven, organisaties en overheden … samen

Burgers en bedrijven bedenken tegenwoordig zelf veel oplossingen in de zorg, energie, voedsel. Daarvoor organiseren zij zich in grotere of kleinere verenigingen, coöperaties of collectieven. De overheid zegt dit te stimuleren, maar houdt nog te vaak toch regie. En in de besluitvorming over zaken als Klimaatakkoord spelen burgers juist geen rol, terwijl er nu al veel van hen wordt gevraagd. 

De overheid zal moeten leren te faciliteren en samen te werken. Zo kunnen burgers, bedrijven en organisaties meedenken bij wetsvoorstellen, projecten of subsidies om deze te becommentariëren of beoordelen. Zij kunnen dan net als lobbyclubs gewoon meedenken, maar wel op een transparante manier.

Ook kunnen burgers en bedrijven veel doen om de kwaliteit van de overheid te verbeteren. Groen Rechts is voorstander van versneld zoveel mogelijk informatie als open data beschikbaar stellen. Burgers kunnen dan op de verschillende platforms die er nu al zijn, zoals van de Open State Foundation, zich beter informeren maar ook kritische vragen stellen.

Omgekeerd is een sterkere, centrale,  sturende rol nodig met name in de publieke sector. Dit geldt niet alleen in tijden van crisis maar ook om samen efficiënter te werken en het wiel niet steeds weer opnieuw uit te vinden. Bij transities als de overgang naar een duurzame samenleving is een landelijke overheid die de regie neemt cruciaal, alleen al omdat we elkaar in het kleine Nederland met de verschillende belangen al snel in de weg zitten.

Eigen initiatieven

Burgers, bedrijven en organisaties bedenken tegenwoordig zelf veel oplossingen in de zorg, energie, voedsel. Daarvoor organiseren zij zich in grotere of kleinere verenigingen, coöperaties of collectieven. De overheid zegt dit te stimuleren, maar houdt nog te vaak toch regie of houdt de ontwikkelingen tegen door dat regels niet of zeer traag worden aangepast. En in de besluitvorming over zaken als Klimaatakkoord spelen burgers eigenlijk geen rol, terwijl er nu al veel van hen wordt gevraagd.

De overheid zal moeten leren te faciliteren en samen te werken. De beste oplossingen worden waar nodig geschikt gemaakt als landelijke oplossing. Wel is het van belang niet steeds in elke wijk of coöperatie het wiel opnieuw uit te vinden, maar steeds samen te kiezen voor de beste oplossingen en die verder ontwikkelen. ‘Burgerinitiatief’ is geen ander woord voor ‘ieder voor zich’. Samen is efficiënter.

Centrale regie, zeker ook in de publieke sector

De overheid zal moeten leren meer te faciliteren en samen te werken. Daarnaast kan het helpen om oplossingen te vertalen en te verspreiden over landelijke netwerken. Op andere terreinen is een sterkere, centrale,  sturende rol nodig met name in de publieke sector. Dit geldt niet alleen in tijden van crisis maar ook om samen efficiënter te werken en het wiel niet steeds weer opnieuw uit te vinden. Bij transities als de overgang naar een duurzame samenleving is een landelijke overheid die de regie neemt cruciaal, alleen al omdat we elkaar in het kleine Nederland met de verschillende belangen al snel in de weg zitten.

Hoe vaak gaan we het wiel uitvinden?

En ook: hoe voorkom je dat al dat ‘burgerschap’  en al die lokale initiatieven leidt tot een poldermoeras of elke keer weer het wiel uitvinden? We houden er in Nederland van lekker ons eigen gang te gaan, en het allemaal weer eens net iets anders te doen. Dat kan, maar als ons belastinggeld erin wordt gestoken, dan hebben wij er als burgers ook recht op dat dat goed en efficiënt gebeurt. Wij gaan dus (alleen) voor wat wérkt.

Een voorbeeld: er zijn veel apps die in of voor ziekenhuizen worden ontwikkeld; maar een deel wordt vervolgens alleen in dat ziekenhuis gebruikt, of kwijnt na de ontwikkeling weg. Vervolgens wordt in een ander ziekenhuis een vergelijkbare app ontwikkeld. Wij stellen voor om voor bijv. handrevalidatie om de 2 jaar drie apps te kiezen en vervolgens alleen die apps te vergoeden. De apps worden gekozen door patiënten en behandelaars. Na 2 jaar worden er uit bestaande apps en nieuwe apps weer drie apps gekozen. De beste drie winnen weer en die worden weer door heel Nederland gebruikt en geëvalueerd. Continue verbeteren op de schouders van de beste voorgangers.

Gelijke toegang

Het klopt dat wij denken dat veel burgers allerlei goede oplossingen hebben ontwikkeld. Maar dat geldt niet voor iedereen. Worden er ook zorg- en energiecollectieven opgericht in de arme wijken in Rotterdam? De met veel bombarie geïntroduceerde participatiemaatschappij is ondertussen al als mislukt verklaard door de ministers die het introduceerden.

De overheid zal daarom juist actiever moeten worden om te zorgen voor gelijke toegang van Nederlanders en Nederlandse bedrijven tot zorg, onderwijs, integratie, werk, innovatie e.a.. Dit kan worden gedaan op basis van idealen, maar wat ons betreft zijn het ook gewoon investeringen die zichzelf terugverdienen (zie ook ons hoofdstuk over Gelijkheid).

Burgers, bedrijven en organisaties werken samen met de overheid

Omgekeerd kunnen burgers, bedrijven en organisaties bijdragen aan de overheid wanneer zij in een vroeg stadium kunnen reageren op wetsvoorstellen, projecten of subsidies en deze (blind) te kunnen becommentariëren of beoordelen. Er lopen nu wat initiatieven bij een aantal ministeries, maar dat zou breder uitgerold kunnen worden. Lobby-partijen zijn in zo’n scenario gewoon één van de partijen die meedenken, maar dan op een transparante manier.

Open Data voor de kwaliteit van de overheid

Ook kunnen burgers en bedrijven veel doen om de kwaliteit van de overheid te verbeteren. Zo kunnen burgers, bedrijven en organisaties meedenken bij wetsvoorstellen, projecten of subsidies om deze te becommentariëren of beoordelen. Zij kunnen dan net als lobby-clubs gewoon meedenken, maar wel op een transparante manier.

Groen Rechts is voorstander om versnel een tijdige consultatie standaard te maken bij zoveel mogelijk beleid.  Daarnaast zal zoveel mogelijk informatie als open data beschikbaar gesteld moeten worden. Burgers kunnen dan op de verschillende platforms die er nu al zijn, zoals van de Open State Foundation, zich beter informeren maar ook kritische vragen stellen.

Ontwikkelingssamenwerking

Ook voor ontwikkelingssamenwerking betekent het dat we waar mogelijk zullen samenwerken met projecten die door burgers en lokale bedrijven zijn opgezet en worden onderhouden. Microfinanciering, crowdfunding e.a. financieringsmogelijkheden zullen met garanties en kennis worden gestimuleerd.

Bestuur – democratie, lobbyen, journalistiek

Bestuur – democratie, lobbyen, journelastiek

Het samenspel van regering, parlement en rechterlijke macht functioneert onvoldoende. De verschillende onderdelen functioneren onvoldoende zelfstandig en gescheiden. Daarnaast laat de kwaliteit van de wetgeving te wensen over, ook in relatie tot de Grondwet. De Eerste Kamer is een soort Tweede Tweede Kamer geworden en zal in ieder geval het Terugzendrecht moeten krijgen, maar dat is niet genoeg om haar zich te laten beperken tot haar oorspronkelijke rol van toetsing. 

Vervolgens is er de ondemocratische inmenging van lobbypartijen, als bijv. VNO-NCW e.a. commerciële partijen, teveel een vanzelfsprekend maar verborgen onderdeel van het democratisch proces geworden. Regelmatig wordt daarbij informatie achtergehouden, worden organisaties als het RIVM onder druk gezet, worden adviezen van de Raad van State genegeerd en wordt zelfs de wet overtreden (ook weer bij het RIVM)!

En tenslotte zijn veel journalisten zo verweven met regering en parlement dat zij onvoldoende kritisch zijn geworden. 

Wij willen terug naar een zo zuiver mogelijke ‘werkverdeling’, die het democratisch evenwicht herstelt tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (trias politica). Gezien het juridsiche gerommel van de regering, maar ook het feit dat de coalitie in de Tweede Kamer bereid is wetten naar de Tweede Kamer te sturen die tegen de Grondwet ingaan, zoals bij Corona-wetgeving, zal er een Constitutioneel Hof moeten komen dat concept-wetten aan de Grondwet toetst. 

We zijn tegen landelijke referenda, want deze geen lapmiddel voor een onvoldoende werkende democratie. Op gemeenteniveau willen wij het juist invoeren, naast landelijke preferenda (meer keuzes).

Daarnaast zullen platforms als Open State Foundation veel beter moeten worden bediend, voor zoveel mogelijk onafhankelijke digitale transparantie. Daarmee kunnen burgers burgers op hun beurt overheid en andere spelers in het publieke sector controleren, die met onze stem en ons belastinggeld werken.  

Het trio vindt elkaar iets te aardig

De trias politica, rolverdeling tussen regering, parlement en rechterlijke macht werkt onvoldoende. De democratische principes moeten kennelijk herbevestigd worden. Veel partijen, w.o. zelfs D66 dat zelf de referenda afschafte, zijn afgestompt of bedrijven ook ‘realpolitik’.  De zelfstandigheid van de Tweede Kamer is een belangrijk onderwerp door hun verwevenheid met lobbypartijen maar ook de te nauwe samenwerking met de regering. Achter gesloten deuren wordt er teveel samengewerkt.

Buiten de corona-periode werd er daarnaast (en dat zal binnenkort wel weer beginnen) wekelijks overlegd tussen Rutte en de fractievoorzitters,. Ministers kregen (soms te laat en soms via de media) te horen wat er over hun beleidsterrein was besloten. De Tweede Kamer wordt daarmee in feite ook buitenspel gezet, terwijl er nota bene al een uitonderhandeld en dichtgetimmerd regeringsakkoord is. Al deze strapazzen achter de schermen moeten bekend worden en door het Parlement gecontroleerd kunnen worden.

Deze driehoek werkt alleen door een gezonde afstand en daarmee spanning. De controlerende taak van onze parlementsleden kunnen we kennelijk onvoldoende aan hen overlaten. De coalitiepartners werken eensgezind aan het uitvoeren van het regeerakkoord. En de andere partijen stellen (zelfs bij een minderheidskabinet!) hun stem voor een habbekrats beschikbaar aan de coalitie om tussentijds toch nog wat invloed te hebben en mogelijk ook om in ruil daarvoor een kans te krijgen te regeren in een volgend kabinet.

Wij willen terug naar een zo zuiver mogelijke ‘werkverdeling’, die het democratisch evenwicht herstelt tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (Wikipedia: trias politica).

Regering overtreedt wetten

Niet alleen achter gesloten deuren wordt er gesjoemeld met de democratie. Leden van de regering, maar ook ambtenaren op landelijk en gemeentelijk niveau overtreden regels en wetten. Soms gebeurt dit met de beste bedoelingen, bijv. om een zorginstellingen te helpen doorstarten. Andere keren gebeurt dit om de eigen doelen te bereiken, dan wel door te drukken. En dan kan het zomaar gebeuren dat een Zelfstandig Bestuurs Orgaan wordt overruled door een minister om tegen de wet in te handelen. De Bonnetjes-affaire was ook een ontluisterend voorbeeld van hoe het werkt, zelfs bij Justitie! Maar we hebben ook de WODC affaire gehad bij Justitie en recent is duidelijk geworden dat het RIVM ook onder druk wordt gezet om met wenselijke uitkomsten en adviezen te komen (Schiphol, Corona), dit terwijl de onafhankelijkheid van het RIVM in de wet is vastgelegd. Ook hier schiet het Parlement te kort in haar democratische taak.

Lobby en achterkamertjes; verplicht lobbyparagraaf

Ook de jarenlange samenspraak tussen premier en VNO-NCW, die bespraken hoe zij voorstellen door het Parlement kunnen loodsen, kon natuurlijk niet door de beugel. Recent bleek weer de invloed van de tabakslobby, maar ook onjuiste invloeden bij het Klimaatakkoord! Vanzelfsprekend is het onmogelijk lobbyen uit te roeien, en opkomen voor je belangen is op zich niet fout. Wij willen alleen dat het transparant gebeurt.

Er zal daarom een lobbyparagraaf moeten komen bij alle besluiten waar onze publieke belangen een rol spelen. Het gaat hierbij om wetten, wetenschappelijke artikelen, rapporten e.a. publieke documenten, maar ook overheidsinkoop, medicijnen e.a. hulpmiddelen. Medewerkers in de publieke sector moeten bijhouden en publiceren met wie zij gesproken hebben en in hoeverre de mening/belang van de gesprekspartners in de definitieve teksten terecht is gekomen. Hetzelfde geldt voor het melden van mogelijk belangen.

Kamerleden schijnen dit teveel gedoe te vinden. Het antwoord is simpel. Het is nodig om het weggezakte vertrouwen in het democratisch proces te herstellen. Maar ook maatschappelijke organisaties als boerenorganisaties, de bouw e.a. zouden opener moeten worden over wie er achter de schermen meebetaalt en meebepaalt!

NB: Waar nodig zal er vanzelfsprekend rekening moeten worden gehouden met de nationale veiligheid en privacy regels.

De polder staat onder water

Het aantal vakbondsleden wordt alsmaar kleiner, en tegelijkertijd wordt de macht van de lobbypartijen alsmaar groter. Een grote en behendige speler is bijvoorbeeld VNO-NCW. Kijkend naar de grote problemen in integratie, duurzaamheid, zorg e.a. wordt het duidelijk dat dit soort tango’s van VNO-NCW met regering niet heeft kunnen zorgen voor lange termijn oplossingen of versnelling. Wel heeft zij kunnen zorgen dat er de afgelopen jaren weinig stakingen waren, wat voor de werkgevers gunstig was op de korte termijn.

Met name bij de vakbonden is de ‘democratische basis’ net zo dun is als die van de politieke partijen: de meeste werknemers zijn geen lid. Er zullen daarom alternatieven moeten komen. Als werknemers bijvoorbeeld vinden dat hun CEO teveel verdient, dan zullen zij zichzelf moeten organiseren om daar iets aan te doen. De vakbonden kunnen of willen dat kennelijk niet, ondanks het feit dat de productiviteit de laatste jaren veel sterker is gestegen dan de lonen. Argumenten genoeg; de wil ontbreekt.

Platform voor journalistiek en de huidige journelastiek

De democratische beginselen kunnen daarom niet aan regering en parlement worden overgelaten. Er zal daarom een Platform voor Burgers & Democratie moeten komen, waar burgers op hun beurt overheid en andere spelers in het publieke sector kunnen controleren die met onze stem en ons belastinggeld werken. Er zullen middelen en big data, (linked) open data e.a. ter beschikking gesteld worden om deze vragen te beantwoorden. Zo zal alle informatie van de Tweede en Eerste kamer over besluitvorming en besluiten op deze manier beschikbaar moeten worden gesteld. En dit geldt eveneens voor de Begroting en de projecten die op basis  daarvan worden uitgevoerd, en subsidies die worden verleend. (zie ook ons hoofdstuk over Transparantie en Open Data)

Daarmee wordt het mogelijk voor burgers, organisaties en journalisten om verkiezingsprogramma’s en verkiezingsuitspraken eenvoudig te vergelijken met stemgedrag en uitspraken die na de verkiezingen worden gedaan. Ook zullen zij de werkelijke effecten van wetten e.a. besluiten en subsidies kunnen volgen en evalueren.

Dit Platform voor Burgers & Democratie is ook nodig omdat veel journalisten zo verweven zijn met regering en parlement dat zij onvoldoende kritisch zijn geworden. Zo accepteren zij bijvoorbeeld dat verkiezingsbeloftes en regeren los van elkaar staan. Ze denken mee met de regering en  zien politiek als arena met winners en verliezers. Of spreken vol bewondering over hoe een regering of minister iets voor elkaar heeft gekregen, of ergens mee weg is gekomen.

Dit gebeurt ook als dat op een ondemocratische manier is gebeurd of er informatie is achtergehouden of overduidelijk wordt gelogen. Hun maatschappelijke rol lijkt te zijn uitgeruild tegen een goede band met ministers en partijleiders. Ook tijdens corona is gebleken dat ook zij hun kritische rol vooral hebben gericht tegen afwijkende meningen, of die domweg hebben genegeerd of als populistisch hebben weggezet, terwijl die soms achteraf meer aandacht hadden moeten krijgen (alleen al omdat het indruk heeft bevestigd dat niet welkome meningen worden tegengewerkt).

Echt kritische vragen stellen en investeren in onderzoeksjournalistiek komt nu vooral voor bij de nieuwe journalistieke platforms als de Correspondent, Follow the Money, Jalta e.d.

NB: We hebben het hier overigens nog niet eens over de rol van de Publieke Omroepen, die bij de vorige verkiezingen, in een verkiezingsjaar dus, gratis zendtijd voor de VVD beschikbaar maakte door het Correspondent’s diner, Zomergasten en optredens bij Witteman.

Eerste Kamer

Er is meer en meer kritiek op de Eerste Kamer en een aantal partijen is zelfs voor afschaffing.

Principe en praktijk

De Eerste Kamer toetst wetsvoorstellen met name aan een aantal criteria: rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit, handhaafbaarheid en consistentie met andere wetgeving. Als er op één of meer van deze punten twijfel bestaat, heeft de senaat een aantal opties. Zij kan op de eerste plaats proberen meer duidelijkheid te krijgen, of proberen verbeteringen in het wetsvoorstel te realiseren of ze kan de wetsvoorstellen verwerpen. Dat laatste gebeurt weinig. De praktijk is alleen heel anders. Oorzaak is de Eerste Kamer zelf omdat zij een Tweede Tweede Kamer is geworden, waarin de loyaliteit aan de politieke partijen veel te belangrijk is geworden.

Eerste Kamer levert niet altijd kwaliteit

De praktijk is helaas dat de leden van de senaat ook loyaal zijn aan hun partijen. Zij laten door de coalitie voorgestelde wetten door die niet aan de genoemde toets van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit, handhaafbaarheid en consistentie met andere wetgeving voldoen. Veel wetgeving van de afgelopen jaren had voor ‘uitvoerbaarheid’ een zware onvoldoende moeten krijgen en dat is ook gebleken (DBA/ZZP, WMO, ontslagrecht). In die gevallen zijn de senatoren dus zwaar tekort geschoten. Veel burgers hebben daar bijzonder lang onder geleden, want recent ook weer is gebleken bij de Toeslagenaffaire, waar een van de oorzaken is gelegen in de complexe wetgeving waarvoor al gewaarschuwd werd bij de discussie over de invoering.

Eerste Kamer is te politiek

Het is zelfs zo gemeengoed geworden dat de senatoren partij-gestuurd zijn dat er in het verleden is gesteld dat het huidige kabinet de moeizame relaties met de Eerste Kamer over zichzelf had afgeroepen, omdat ze nou eenmaal in de formatie-besprekingen te weinig met de samenstelling van de Eerste Kamer had rekening gehouden!

De consequentie van deze politieke houding is dat de Eerste Kamer iets deels doorlaat of probeert te amenderen op basis van stemverhoudingen van twee jaar daarvoor. De senatoren worden immers gekozen bij de provinciale verkiezingen. Dit maakt onze veel-partijen democratie er niet beter op. We hebben nu in feite een Tweede Tweede Kamer.

Het is daarom een optie om als symbolische maatregel alvast de indeling van de stoelen van de Eerste Kamer niet per partij maar op alfabet te organiseren.

Eerste Kamer is onvoldoende divers

Als dit in de toekomst zo blijft dan zal de Eerste Kamer veel meer een afspiegeling van onze diverse maatschappij moeten worden. Naast de vele witte hoogopgeleide juristen zullen er dan ook anderen moeten komen, die dan misschien de slechte wetgeving wel tegenhouden.

Terugzendrecht

Eén van de voorstellen is om de Eerste Kamer een ‘terugzendrecht’ te geven. De rol van de Eerste Kamer is onderwerp van “De staatscommissie Bezinning parlementair stelsel” geweest, en heeft het terugzendrecht voorgesteld:

De Eerste Kamer is niet gebonden aan een regeerakkoord en kan daarom een tegenwicht bieden tegen de Tweede Kamer. Op dit moment kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen echter alleen aannemen of verwerpen. De staatcommissie stelt voor de Eerste Kamer hiernaast ook de bevoegdheid te geven wetsvoorstellen aan te passen en terug te sturen naar de Tweede Kamer. Vervolgens neemt de Tweede Kamer een definitief besluit over het voorstel. Op deze manier wordt de toevoeging die de Eerste Kamer heeft binnen het parlementair stelsel meer optimaal benut.

Dit terugzendrecht moet wat ons betreft worden ingevoerd. Helaas lost dat de kwestie niet op van een Tweede Tweede Kamer want het gaat uit van een Eerste Kamer die geen partijpolitiek bedrijft. Dit is alleen wel zo. De formulering zou moeten worden: het ‘terugzendrecht op basis van niet-partijpolitieke overwegingen’. Wat ons betreft betreft het dus alleen aanpassingen op het gebied van de genoemde criteria van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit, handhaafbaarheid en consistentie met andere wetten. Vervolgens kan de Tweede Kamer dit opnieuw aanbieden aan de Eerste Kamer waarna het automatisch wordt aangenomen. Het voldoet dan immers aan die criteria.

Werkbaar?

Een andere optie is om sowieso de bespreking in de Eerste Kamer alleen rondom de genoemde criteria te laten plaatsvinden. En vervolgens de senatoren alleen over deze criteria hun mening te laten geven. In de praktijk zullen zij nog steeds om partijpolitieke redenen kunnen stemmen, maar zullen zij zich in ieder geval moeten verantwoorden over die criteria.

Voorlopig niet afschaffen

Ook hier proberen wij de situatie te verbeteren door maatregelen te nemen, in plaats van afschaffen. De ‘Staatscommissie Bezinning parlementair stelsel zal zijn werk moeten doen, maar voorlopig zal er ‘ dus weinig veranderen. Tegelijkertijd speelt deze issue al heel lang. Er zal daarom in de tussentijd bijzonder transparant met de besluitvorming in de Eerste Kamer omgegaan moeten worden om te bezien of maatregelen als recht van terugzending ook werken.

Constitutionele toetsing

Gezien het gerommel van de regering, maar ook het feit dat de coalitie in de Tweede Kamer bereid is wetten voor stemming naar de Tweede Kamer te sturen die tegen de Grondwet ingaan, zoals bij Corona-wetgeving, zal er een Constitutioneel Hof moeten komen dat concept-wetten aan de Grondwet toetst.

Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland kent momenteel, anders dan bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Scandinavische landen dus geen constitutionele toetsing door de rechter. De constitutionele toetsing wordt in Nederland overgelaten aan de wetgever: de wetgever, dus Tweede en Eerste Kamer en de regering, moeten er op letten dat de wetten die zij maken niet in strijd zijn met de Grondwet.” De Staatscommissie parlementair stelsel adviseerde in 2018 opnieuw om een Constitutioneel Hof in te stellen en Groen Rechts neemt dat over.

Referenda: aanscherpen en uitbreiden bij gemeenten

Een referendum is geen vervanging voor een falende democratie, en ook geen oplossing. Ook zijn referenda geen antwoord op het het gevoel dat veel burgers hebben dat ze geen grip hebben op hun leven of dat de overheid niet functioneert of luistert. Onze instelling is dat de werking van de democratie verbeterd moet worden; niet om er een middel naast te zetten. Dus niet door losse issues burgers (schijn)macht geven, maar meer transparantie, kwaliteit en toezicht door burgers en bedrijven. Landelijke referenda maken het nog lastiger om te regeren gezien de coalities die in Nederland nou eenmaal nodig zijn. De vraag is ook of bij landelijke referenda de stem van ‘de Nederlandse burgers’ echt gehoord wordt, of alleen die van de actieve minderheid.

Wat theorie over referenda

Referenda op Wikipedia

Wikipedia: Referenda kunnen bindend of niet bindend zijn. Bij een bindend referendum wordt, meestal bij een hogere dan een vooraf vastgestelde minimale opkomst, de uitslag overgenomen. Bij een niet bindend of adviserend referendum wordt de uitslag beschouwd als een advies aan de volksvertegenwoordiging en kan het overgenomen worden. Dat is meestal ook het geval. Referenda zijn er daarnaast in soorten:

  • Een raadplegend referendum is een door de politiek aangevraagd referendum. Dat kan door het bestuur zijn of door de volksvertegenwoordiging.
  • Een correctief referendum is een door de bevolking aangevraagd referendum waarbij gestemd wordt over een reeds genomen besluit van de volksvertegenwoordiging. Het kan al of niet bindend zijn. In het laatste geval is het een correctief raadgevendreferendum
  • Een keuzereferendum is een referendum waarbij niet voor of tegen een bepaald voorstel gestemd kan worden, maar gekozen kan worden tussen alternatieven. Dat kan zijn aansluiting bij de ene of de andere gemeente, bouwplan A of bouwplan B, of een burgemeestersreferendum, zoals het burgemeestersreferendum in Nederland.
  • Een volksinitiatief is de mogelijkheid voor burgers zelf iets op de politieke agenda te zetten. Vaak wordt geëist dat een minimaal aantal mensen dit initiatief ondersteunen.

Huidige referenda

De huidige regels voor referenda moeten snel worden aangescherpt: de drempel bij aanvragen, opkomstpercentage en het verschil tussen voor en tegen zou omhoog moeten. We zouden kunnen afspreken dat de verhouding bijv. minimaal 60%-40% van de uitgebrachte stemmen moet zijn. Daarnaast zouden de referenda alleen moeten gaan over interne aangelegenheden. Internationale verdragen lenen zich hier niet voor. Als het met deze aanpassingen niet werkt, moeten referenda afgeschaft worden.

Referenda worden waardevoller als mensen geïnformeerd zijn en we echte discussies kunnen voeren

Bij het Brexit referendum maar ook bij het Oekraïne referendum bij ons is dat burgers het lastig vinden om precies te snappen waar het over gaat (reden waarom de tegenstanders zeggen dat je dit soort issues dus ook niet aan burgers moet vragen maar aan professionele volksvertegenwoordigers). Wij denken dat we, referendum of niet, sowieso een platform moet komen om echte discussies te kunnen voeren. Een raad van wetenschappers en journalisten waken daarbij over de kwaliteit en spelregels.

Raadgevend is dus niet meer dan raadgevend

Ook moet het ‘raadgevend’ serieus genomen worden. De regering moet gewoon vanaf het begin duidelijk maken dat het de raad ter harte zal nemen, maar misschien iets anders zal beslissen, vanuit haar democratische bevoegdheid. Bij het Oekraïne referendum had het kabinet Rutte de dag na de aanvraag moeten zeggen: ‘bedankt, maar wij gaan mogelijk iets heel anders beslissen’. Transparant. Nu heeft het zich zelf in een onnodig lastige positie gewerkt bij dat referendum door dat niet te doen, en voelde zij zich gedwongen om toch iets met de uitslag te doen.

Preferendum

Een preferendum is een ook een referendum, maar met meer keuzemogelijkheden dan ja of nee. En daarmee biedt het de mogelijkheid om beter te weten te komen wat de de verschillende wensen of meningen zijn van de Nederlandse bevolking. (Verder lezen op Wikipedia) Wij zijn voor het gebruiken van preferenda, waar mogelijk. Zo kan er, bij een gelijk effect, een voorkeur worden aangegeven voor bepaalde duurzaamheidsmaatregelen die ons allemaal raken (100 km altijd, OV goedkoper, vlees duurder of vliegticket duurder bijvoorbeeld.

Beperking tot gemeenteniveau

Uitbreiding van referenda komt er wat ons betreft voorlopig alleen voor zaken op gemeenteniveau. Daarbij is de relatie duidelijker tussen de stem die wordt gegeven en de directe consequenties voor de kiezende burger. De motieven zijn daarbij dan waarschijnlijk ook relevanter. Een motief als ‘stemmen tegen dit kabinet of de EU’, zoals meespeelde bij het Oekraiene referendum, is minder relevant bij het stemmen voor een nieuw voetbalstadion waarbij de gemeente financiële garanties wil geven.

Samenvattend

Wij zijn dus tégen landelijke referenda als lapmiddel voor een falende democratie. We kiezen Den Haag niet voor niets. Preferenda, met meer keuzen, en alleen ‘adviserend’ vinden wij beter, maar eerst moeten we leren hoe dat in Nederland kan werken. En daarom beginnen we met wel echte referenda in gemeenten. Als blijkt dat dat niet voldoende is, dan zullen we deze instrumenten verder moeten ontwikkelen.